Conclusie
middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft bewezenverklaard dat verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, aangezien het oordeel dat verdachte de aanmerkelijke kans dat door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht bewust heeft aanvaard onbegrijpelijk is.
Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest.
Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld of van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. [2]
Verdachte heeft, nadat hem door verbalisant [verbalisant 2] een stopteken was gegeven, in de door hem bestuurde Volkswagen Caddy met zeer hoge snelheid en gedoofde verlichting getracht te ontkomen. Tijdens de achtervolging door verbalisant [verbalisant 2] heeft verdachte geprobeerd een hem tegemoetkomende politiebus die hem de weg versperde, bestuurd door verbalisant [verbalisant 1], rechts te passeren. Hij is daarbij frontaal gebotst op een rechts van de weg geparkeerd voertuig waardoor de Volkswagen Caddy tot stilstand is gekomen. Op dat moment bevond de politiebus zich links van de Volkswagen Caddy en de manoeuvreerruimte voor verdachte was zeer beperkt. Verdachte moest op dat moment weten dat de inzittende(n) van de politiebus zou(den) uitstappen en zijn voertuig zou(den) benaderen om hem aan te houden, maar is kennelijk in een poging om aan de politie te ontkomen toch achteruit gereden. Daarbij is verdachte met de achterzijde van het door hem bestuurde voertuig tegen het openstaande bestuurdersportier van de politiebus gereden, waarbij verbalisant [verbalisant 1] nog net zijn benen kon terugtrekken. Vervolgens is de Volkswagen Caddy tot stilstand gekomen met de bestuurderszijde tegen de bestuurderszijde van de politiebus.