Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
achterafschade aan de beplantingen kan worden vastgesteld, maar in plaats daarvan de grootte van de schade zoals die ten tijde van de uitoefening van de bevoegdheid in redelijkheid kon worden voorzien. Zoals het onderdeel aanduidt, [5] heeft [eiser] in de feitelijke instanties gesteld dat de ligusterhaag afsterft als gevolg van het doorhakken van de wortels. Het was aan het hof als de rechter die over de feiten oordeelt om die stelling op zijn waarde te schatten, zonder dat het verplicht was om daarop ook uitdrukkelijk te responderen. Dit laatste geldt te meer waar het onderdeel geen verwijzingen bevat naar stellingen die de zojuist bedoelde voorzienbaarheid uiteenzetten.
W4982:
hooger te bouwenvoor zooveel dit het scheppen van licht voor het heerschend erf vermindert…’
W6041:
(...)
dat waar zoodanig recht, gelijk hier, bepaaldelijk bij titel gegeven is, art. 739 den Pro eigenaar van het dienstbare erf verbiedt om zoodanig te bouwen, dat daardoor het scheppen van licht en het uitzicht voor het heersende erf verminderd wordt;
Digesten8,2,4 vermeldt de volgende uitspraak van Paulus:
Digesten8,2,15:
Inleidinge tot de Hollandsche Rechts-GeleerdheidII,34,20 dat een erfdienstbaarheid van ‘vri licht’ is het recht ‘om te verbieden dat uwen nabuir met sijn getimmert ofte oock met sijne bomen u niet en belette ’t scheppen van ’t licht’. [13]