AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen diefstal met braak van kluis uit hotelkamer
Op 29 november 2014 werd een kluis gestolen uit een hotelkamer in het Tulip Inn Hotel te Amsterdam. De verdachte had gedurende de nacht meerdere telefoongesprekken met medeverdachten, waarin zij afspraken maakten over het stelen van de kluis en het ophalen van het geld. Uit deze gesprekken bleek een nauwe en bewuste samenwerking, wat leidde tot de kwalificatie als medeplegen van diefstal met braak.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en achtte bewezen dat de verdachte samen met anderen de kluis onder hun bereik bracht door een gat in de kledingkast te maken. De verdachte voerde in cassatie aan dat onvoldoende was bewezen dat hij tezamen en in vereniging met anderen had gehandeld, maar de Hoge Raad verwierp dit middel.
De Hoge Raad overwoog dat medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking vereist tijdens de gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. Uit de telefoongesprekken en het verloop van de diefstal kon worden afgeleid dat de verdachte en zijn mededaders gezamenlijk en bewust handelden. De precieze rolverdeling bij het daadwerkelijk wegnemen van de kluis was niet doorslaggevend voor de bewezenverklaring van medeplegen.
De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging van het arrest en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van diefstal met braak in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van diefstal met braak van een kluis uit een hotelkamer.
Conclusie
Nr. 16/01496
Zitting: 9 mei 2017
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
Bij arrest van 24 december 2015 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte wegens 2, subsidiair “schuldheling, meermalen gepleegd”, 3 “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” en 4 “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 SrPro. Daarnaast heeft het hof de verdachte wegens 1 “overtreding van artikel 5 vanPro de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken. Ten slotte heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen, één en ander zoals in het arrest vermeld.
Namens de verdachte heeft mr. M.G. van Wijk, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde onvoldoende met redenen is omkleed, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich ‘tezamen en in vereniging met anderen’ schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak.
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezen verklaard dat:
“hij op 29 november 2014 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een hotelkamer heeft weggenomen een kluis toebehorende aan het Tulip Inn Hotel, waarbij de verdachte en zijn mededaders de weg te nemen kluis onder hun bereik hebben gebracht door een gat in de achterzijde van een kledingkast te maken;”
5. De bewezenverklaring van dit feit steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“11. Een proces-verbaal, met bijlage, met nummer 2014264103 van 18 november 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 1 en 2].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van verbalisanten (of één van hen):
Op 18 november 2014 omstreeks 10.15 uur bevonden wij ons in de [a-straat] te Amsterdam waar in perceel 35 verdachte [verdachte] woont. Wij zagen dat [verdachte] op het balkon (straatzijde) van perceel 35 stond.
Wij herkenden [verdachte] van zijn politiefoto uit juni 2014 (PL1236:14:00353) en zagen dat hij was gekleed in een zwarte North Face jas met capuchon op het hoofd, een zwarte broek en sportschoenen van het merk Asics.
Wij zagen dat [verdachte] omstreeks 10.32 uur op de rijbaan voor zijn woning stond met een telefoon aan zijn oor en kennelijk een telefoongesprek voerde.
Technische actie 06-[001]
Op de technische actie via telefoonnummer 06-[001] werd op 18 november 2014 te 10.32 uur een telefoongesprek geregistreerd waarin de gebruiker aangeeft dat hij een auto gaat ophalen.
Gezien [verdachte] dit telefoonnummer op 28 oktober 2014 aan een politieambtenaar heeft opgegeven als zijnde zijn nummer en de bovenstaande observatie kon worden vastgesteld dat [verdachte] ook daadwerkelijk de gebruiker is van telefoonnummer 06-[001].
12. Een proces-verbaal, met bijlage, met nummer PL1300-2014293028-1 van 16 december 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina’s 18 tot en met 20],
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 december 2014 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Zij deed aangifte en verklaarde het volgende over de gekwalificeerde diefstal uit hotel de Tulip Inn te Amsterdam tussen 29 november 2014 te 04.00 uur en 05.30 uur.
Ik ben general mananger van hotel Tulip Inn, gevestigd aan de Beursstraat 11-19 te Amsterdam en in die hoedanigheid bevoegd tot het doen van aangifte.
Op zaterdag 29 november 2014 tussen 04.00 uur en 05.30 uur werd er een kluis weggenomen uit kamer 233 van het hotel. Kamer 233 is een 1-persoonskamer en deze was gehuurd door een Fransman, een zekere [betrokkene 2]. Hij legitimeerde zich met een Franse identiteitskaart.
De weggenomen kluis zat vast aan de achterwand van de kledingkast waarin de kluis stond. In de achterwand van de kast zit nu een groot gat.
Hierbij werden de goederen, zoals genoemd in de bijlage goederen, weggenomen.
Bijlage goederen
Object: kluis
Aantal/eenheid 1 Stuks
13. Een proces-verbaal, met bijlagen, met nummer 2014264103 van 15 december 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s 3 en 17].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van verbalisant:
Aanleiding opsporingsonderzoek
Op 04 november 2014 is er, onder leiding van officier van justitie mr. Hoogerheide, onder de onderzoeksnaam 1 3Dwemer een opsporingsonderzoek gestart.
Start technische actie op telefoonnummer [001]
Op 17 november 2014 is er een technische actie gestart op het telefoonnummer 06-[001]. Hiervan is vastgesteld dat de verdachte [verdachte] de gebruiker is.
Contact tussen [verdachte] en NNman1286
Uit de technische actie is gebleken dat [verdachte] regelmatig contact heeft met een Frans sprekende NNman welke gebruik maakt van het telefoonnummer 06-[002]. Alle gevoerde gesprekken zijn door een beëdigd tolk vertaald.
In onderstaand schematisch overzicht zijn de belangrijke tapgesprekken omtrent deze diefstal weergegeven:
Datum/tijdstip
Beller
Gebelde
Verkorte inhoud
29-11-2014
01:53
Gespr nr 3312
NNman
06-[002]
[verdachte]
06-[001]
[verdachte] zegt tegen NN “we gaan daarna de truc uithalen”. NN zegt dat hij het heeft over mensen bestelen, ‘we gaan ze 30.000 euro stelen. NN zegt vervolgens: “bel die vent, die ven die dat ding moest geven.
29-11-2014
02:00
Gespr nr 3316
NN man
06-[002]
[verdachte]
06-[001]
NNman zegt dat hij ‘ze’ gaat zien, ze zijn bij de Marnixstraat. [verdachte] zegt, “ga maar, ik heb die andere gebeld, ik heb gewacht nu”. NNman zegt dat hij ze nu gaat zien.
29-11-2014
02:27
Gespr nr 3323
NNman
06-[003]
[verdachte]
06-[001]
[verdachte] heeft een gesprek met een andere NNman waarmee hij deels in de zogenaamde ‘chi-taal’ spreekt. Te verstaan is, dat [verdachte] zegt dat er iets door iemand is doorgekomen.
29-11-2014
04:28
Gespr nr 3330
NNman
06-[002]
[verdachte]
06-[001]
[verdachte] wordt gebeld door de NNfransman. NN zegt: “het geld ligt in het hotel in de kluis, hoe doen we het? Ze zijn uit eten bij Alibaba. Maar het is rond, het geld ligt in het hotel, we kunnen het nu ophalen broeder”. NNman zegt dat hij een sleutel van de hotelkamer heeft en dat het een hotel in het ‘redlightdistrict’ is. NNman is er net geweest maar het was hem niet gelukt om de kluis eruit te rukken. [verdachte] zegt dat NN naar hem toe moet komen. NNman komt achter bij het huis van [verdachte].
29-11-2014
04:32
Gespr nr 3331
NNman
06-[002]
[verdachte]
06-[001]
[verdachte] zegt tegen NNman dat hij nu vertrekt. NN vraagt of [verdachte] een rugzak meeneemt om de kluis in te doen. [verdachte] bevestigt.
29-11-2014
05:24
Gespr nr 3334
[verdachte]
06-[001]
NNman
06-[004]
(ciot tnv [betrokkene 3])
NNman7614 is bij het Centraal Station, [verdachte] heeft honger en wil NNman trakteren. [verdachte] vraagt of NNman een escortje wil. [verdachte] vertelt dat hij even snel ‘donnie donnie’ de man heeft gepakt en zijn broertje gelijk even blij gemaakt.
29-11-2014
12:18
Gespr nr 3393
[verdachte]
06-[001]
NNman
06-[002]
NNman wil voor vijf uur in Brussel zijn met de auto, anders moeten ze nog twee extra weken wachten op de papieren. [verdachte] moet eerst een Polo bij de Nederlander afleveren.
29-11-2014
12:27
Gespr nr 3394
[verdachte]
06-45002577
NNman
06-[002]
[verdachte] zegt tegen NNman dat de Fransen er zijn met een witte BMW. NNman zegt: “ze” hebben mijn naam en voornaam, ze hebben alles, en ik hun auto, ik heb een auto van ze gestolen bovendien”. [verdachte] vraagt of NN zegt dat hij expres een huurauto had genomen en als hij niemand bij zich heeft, heeft het geen zin om naar België te gaan, want dan gaat hij meteen (1) auto om met twee auto’s terug te komen.
BVH registratie PLI300-207 4293028 Diefstal uit hotel
Op zaterdag 29 november 2014 omstreeks 05:45 uur meldden zich 4 Franse mannen aan het politiebureau Beursstraat. Zij verklaarden die nacht om 04:00 uur ingecheckt te hebben in het hotel Tulip Inn Beursstraat 11-19 te Amsterdam. Nadat zij hun spullen op hun kamer hadden gelegd, zijn zij wat gaan eten bij shoarmatent Alibaba. Na een uur kwamen zij terug en zagen zij dat de hotelkamer kluis uit hun kamer was gestolen. In de kluis zat een ID-kaart, geld en een autosleutel. Ook was de auto, een Citroen C4 voorzien van Belgisch kenteken [AA-00-BB], weggenomen.
De mutatie van deze BVH registratie zal als bijlage worden gevoegd.”
6. Het in de onderhavige zaak bewezen verklaarde feit is mede geënt op de strafbepaling van art. 311, eerste lid, onder 4°, Sr. Het in die bepaling opgenomen bestanddeel “door twee of meer verenigde personen” kan worden opgevat als “medeplegen” in de zin van art. 47 SrPro. [1] Voor het bewijs van medeplegen is een bewuste en nauwe samenwerking vereist. [2] Dit criterium veronderstelt dat de verdachte opzet had op de samenwerking en op het grondfeit. [3] De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Als van medeplegen sprake is, kan de verdachte ook in strafrechtelijke zin aansprakelijk worden gehouden voor uitvoeringshandelingen die (uitsluitend) door de medeverdachte zijn verricht.
7. Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 29 november 2014 tussen 04:00 uur en 05:30 uur een kluis is gestolen uit een kamer in hotel Tulip Inn aan de Beursstraat 11-19 in Amsterdam. Deze kamer was gehuurd door een Fransman (bewijsmiddel 12). De verdachte heeft gedurende deze nacht regelmatig telefooncontact gehad met een ander, in de bewijsmiddelen aangeduid als “NNman” en als “NNfransman” (bewijsmiddel 13). De verdachte zegt om 01:53 uur tegen NNman dat zij “daarna de truc uithalen”, waarop NNman zegt dat hij het heeft over mensen bestelen. Om 02:00 uur zegt NNman dat hij “ze” gaat zien en dat ze bij de Marnixstraat zijn. De verdachte zegt tegen hem dat hij kan gaan en dat hij (de verdachte) “die andere” heeft gebeld en heeft gewacht. NNman geeft aan dat hij ze nu gaat zien. Zeven minuten later spreekt de verdachte met een andere man en is te verstaan dat de verdachte zegt dat er iets door iemand is doorgekomen. Om 04:28 uur wordt de verdachte gebeld door NNman, die opmerkt dat het geld in het hotel in de kluis ligt, dat “ze” uit eten zijn bij Alibaba en dat “we” het geld nu kunnen ophalen. Hij deelt voorts mee dat hij de sleutel heeft en net in de hotelkamer is geweest, maar dat het hem niet is gelukt de kluis eruit te rukken. Daarop heeft de verdachte gezegd dat NNman naar hem toe moet komen. Enkele minuten later (om 04:32 uur) zegt de verdachte tegen NNman dat hij vertrekt en antwoordt hij bevestigend op de vraag van NNman of hij een rugzak meeneemt om de kluis in te doen. Om 05:24 uur zegt de verdachte dat hij NNman wil trakteren en vertelt de verdachte dat hij “even snel ‘donnie donnie’ [4] de man heeft gepakt en zijn broertje gelijk even blij heeft gemaakt”. Om 05:45 uur melden zich vier Franse mannen bij het politiebureau aan de Beursstraat, die verklaren dat zij die nacht om 04:00 uur hadden ingecheckt bij hotel Tulip Inn en daarna wat gingen eten bij shoarmatent Alibaba. Toen zij na een uur terugkwamen, zagen zij dat de kluis uit de hotelkamer was gestolen.
8. Kennelijk heeft het hof uit de in bewijsmiddel 13 weergegeven telefoongesprekken tussen de verdachte en NNman afgeleid dat zij de diefstal samen hebben uitgevoerd. [5] Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in aanmerking dat uit de weergave van de desbetreffende gesprekken volgt dat de verdachte en NNman in de uren voorafgaand aan de diefstal verschillende keren telefonisch contact hebben. Daarbij zegt de verdachte onder meer tegen NNman dat “we” de truc gaan uithalen, terwijl NNman tegen de verdachte zegt dat “we” 30.000 euro gaan stelen. In dat verband zegt NNman tegen de verdachte dat het geld in het hotel in de kluis ligt, waarna hij vraagt hoe “we” het doen en opmerkt dat “we” het geld nu kunnen ophalen, terwijl de verdachte rond half 5 zegt tegen NNman dat hij nu naar hem toe moet komen, NNman achter bij het huis van de verdachte komt en de verdachte bevestigend antwoordt op de vraag van NNman of hij een rugzak kan meenemen om de kluis in te doen. Een klein uur later vertelt de verdachte dat hij NNman wil trakteren en dat hij ‘donnie donnie’ de man “heeft gepakt”. In de tussenliggende periode, die ligt in de periode waarin de diefstal is begaan (bewijsmiddel 12), zijn geen tapgesprekken weergegeven. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk uit de inhoud en het hiervoor weergegeven verloop van de tapgesprekken afgeleid dat de verdachte en NNman bij de diefstal samen zijn opgetrokken. Aldus heeft het hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de bijdrage van de verdachte aan de diefstal met braak is geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering daarvan en dat de verdachte en de ander(en) daarbij zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van de bewezen verklaarde diefstal. Daaraan doet niet af dat de precieze rolverdeling ten aanzien van het daadwerkelijk wegnemen van de kluis uit de hotelkamer in het midden is gebleven. [6] Nu in feitelijke aanleg door de verdediging niets is aangevoerd ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen en het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk ervan is uitgegaan dat de verdachte de diefstal met braak tezamen en in vereniging met anderen heeft uitgevoerd, was het hof niet gehouden zijn oordeel nader te motiveren. In het bijzonder is niets aangevoerd wat erop zou kunnen duiden dat de verdachte enkel handelingen zou hebben verricht die met medeplichtigheid in verband kunnen worden gebracht.
9. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
11. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
1.Zie HR 11 februari 1997,
2.Zie ten aanzien van gevallen waarin medeplegen niet bestaat in een gezamenlijke uitvoering in het bijzonder HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3637,
3.Vgl. De Hullu 2015, p. 463-467 en onderdeel 4.7 van de conclusie van mijn ambtgenoot Knigge voor HR 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:882.
4.Donnie of donni heeft in de straattaal de betekenis van 10 euro. Zie straattaal.com.
5.De bewezenverklaring behelst overigens “tezamen en in vereniging met anderen”. Het middel bevat evenwel geen specifieke klacht over de bewezenverklaring van “met anderen”, dus de meervoudsvorm. Ik laat dat punt dan ook verder rusten.
6.Voor enkele andere zaken waarin uit de bewijsmiddelen niet bleek dat de verdachte bij de wegnemingshandelingen aanwezig was geweest, maar uit de bewijsvoering wel een gezamenlijke uitvoering kon worden afgeleid, zie HR 5 juli 2016, nr. 15/00568 (niet gepubliceerd), HR 7 juni 2016, nr. 14/06519 (niet gepubliceerd) en HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:883,