[1] Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1581-2013147517, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 149).
[2] Proces-verbaal van aangifte, blz. 23 - 24.
[3] Proces-verbaal van bevindingen, blz. 31.
[4] Geschrift, te weten een geneeskundige verklaring ten name van [slachtoffer] , blz. 149.
[5] Proces-verbaal verhoor getuige, blz. 6-7.
[6] Proces-verbaal verhoor getuige, blz. 19 - 20.
[7] Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] , blz. 72 - 74.
[8] Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 3] , blz. 84 - 86.
[9] Proces-verbaal verhoor verdachte [getuige 4] , blz. 61-62.
[10] Proces-verbaal verhoor verdachte, blz. 133 - 137.
[11] Proces-verbaal van bevindingen blz. 32 - 33.”
4.3. Volgens de toelichting op het middel richten de bezwaren van de steller zich met name tegen het door het hof van de rechtbank overgenomen bewijsoordeel dat uit het voorhanden bewijsmateriaal kan worden afgeleid dat zowel de verdachte als medeverdachte [medeverdachte] met geschoeide voet tegen het hoofd van aangever [slachtoffer] heeft geschopt (zie p. 7 van het vonnis van de rechtbank). De steller wijst in dit verband op de – eveneens uit het vonnis van de rechtbank afkomstige – overweging van het hof dat bij het bekijken van filmbeelden ter terechtzitting niet onomstotelijk is kunnen worden vastgesteld of [medeverdachte] op het moment van de betreffende filmbeelden tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geschopt. Gelet op deze overweging acht de steller van het middel het bewijsoordeel van het hof dat zowel [medeverdachte] als de verdachte tegen het hoofd van de aangever heeft geschopt, ontoereikend gemotiveerd.
4.4. Ik kan de steller van het middel hierin niet volgen. In de eerste plaats hebben de overwegingen van hof en rechtbank met betrekking tot de bekeken filmbeelden betrekking op het moment waarop [medeverdachte] niet voor de eerste maar voor tweede keer in de richting van de aangever schopt. De passage waaruit dit blijkt is door de steller van het middel uit de aanhaling van deze overwegingen in de toelichting op het middel weggelaten. Het gaat om de navolgende passage die ik in de overweging heb onderstreept:
“De rechtbank heeft bij het bekijken van de beelden ter terechtzitting, vastgesteld dat
op het moment dat medeverdachte [medeverdachte] voor de tweede keer schopt in de richting van aangever [slachtoffer], het moment van (eventueel) contact tussen de voet van medeverdachte [medeverdachte] en aangever [slachtoffer] niet zichtbaar is omdat het hoofd van verdachte dit beeld blokkeert.