Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
noteholdersen W.M. Smelt namens Citicorp zich uitgesproken voor toewijzing van het verzoek. Mr. Kamstra heeft namens GoldenTree Asset Management LLP verklaard terzake geen standpunt te willen innemen maar heeft bevestigd dat de onderhandelingen over het RJ akkoord gaande zijn en dat zij daaraan deelneemt. Er zijn verder enige schuldeisers verschenen, die zich niet hebben uitgelaten. Ook heeft de bewindvoerder van PTIF – de grootste schuldeiser van Oi Coop – ter zitting laten weten dat hij het verzoek van de bewindvoerder van Oi Coop steunt en wenst dat diens verzoek wordt toegewezen. Hij heeft daaraan toegevoegd dat PTIF zelf geen omzetting wenst.” [2]
noteholders, Citicorp, GoldenTree Asset Management LLP, enige schuldeisers en de bewindvoerder van PTIF.
i)Oi Coop in staat van faillissement verklaard onder aanstelling van mr. J.R. Berkenbosch als curator,
ii)de beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 2 februari 2017 vernietigd en
iii)de aan Oi Coop verleende voorlopige surseance van betaling ingetrokken. Het hof heeft haar beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. [3]
de tussenbeslissingheeft beslist (per e-mail van 23 maart 2017 en per brief van 24 maart 2017), blijkt uit r.o. 2.1 van de beschikking van 19 april 2017.
going concernde Oi Groep te herstructureren door middel van een met de schuldeisers onderhandeld en door de schuldeisers en de rechtbank goedgekeurd akkoord (het ‘RJ-akkoord’) om liquidatie te voorkomen. [8]
2.De beantwoording van de voorvraag
De Adviescommissie en de Orde zijn van mening dat voor verzoekschriftprocedures ingevolge de Faillissementswet, gegeven de specifieke rechtsgang die in die wet is neergelegd, de derde titel buiten toepassing zou moeten worden verklaard. Ik deel deze opvatting. In het wetsvoorstel wordt artikel 362 FW Pro dan ook in deze zin gewijzigd.[…].
Overigens verdient het opmerking dat de omvang van veranderingen op dit vlak zullen meevallen. Ten aanzien van verzoekschriftprocedures waarvoor de algemene regeling niet in werking is getreden, past de rechter die algemene regeling zoveel mogelijk analogisch toe[cursivering A-G].” [11]
nietvan toepassing te laten zijn op verzoekschriftprocedures ingevolge de Faillissementswet. Echter, ten aanzien van verzoekschriftprocedures waarvoor de algemene regeling niet in werking is getreden, waaronder dus verzoekschriftprocedures ingevolge de Faillissementswet, past de rechter die ‘algemene regeling’ zoveel mogelijk analogisch toe.
NJ2007/243 merkt A-G Wesseling-Van Gent het volgende op met betrekking tot de betekenis van art. 362 lid 2 Fw Pro: