ECLI:NL:PHR:2017:548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vormverzuim en bewijsuitsluiting bij onrechtmatige aanhouding in cocaïnehandelzaak
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot cocaïne in een pand en een auto. Verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging voor witwassen van een groot geldbedrag.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de aanhouding van verdachte op 5 november 2013 onrechtmatig was, omdat er onvoldoende redelijk vermoeden van schuld bestond. Dit vormverzuim zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting en vrijspraak. Het hof erkende het vormverzuim, maar oordeelde dat dit niet leidde tot bewijsuitsluiting omdat het bewijsmateriaal betrouwbaar was en het verzuim geen ernstige schending van strafvorderlijke voorschriften of grondrechten betrof. Wel werd de strafvermindering toegepast vanwege de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
De Hoge Raad bevestigt dat het middel van cassatie faalt omdat in feitelijke aanleg niet duidelijk en gemotiveerd is beredeneerd waarom bewijsuitsluiting noodzakelijk zou zijn. De Hoge Raad benadrukt de strenge eisen aan bewijsuitsluiting bij vormverzuimen en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin bewijsuitsluiting alleen aan de orde is bij ernstige schendingen die de betrouwbaarheid van het bewijs aantasten. De cassatie wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; bewijs blijft toelaatbaar ondanks vormverzuim, strafvermindering toegepast.