ECLI:NL:PHR:2017:570
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 1 februari 2016 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er bestaat samenhang met meerdere zaken waarin ook conclusies zijn genomen. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld, waarbij de aanzegging conform artikel 435 Sv Pro op 30 augustus 2016 is betekend.
De termijn van twee maanden zoals gesteld in artikel 437 lid 2 Sv Pro liep af op 31 oktober 2016. De raadsman van de verdachte heeft bij brief van 28 oktober 2016 bericht dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend. Er is ook geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen gedurende de wettelijke termijn.
Daarom kan de verdachte op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.