ECLI:NL:PHR:2017:576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen middelen cassatie
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, op. Tevens nam het hof een beslissing over in beslag genomen voorwerpen.
De verdachte stelde beroep in cassatie in, maar heeft geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze betekend aan de verdachte en haar raadsman. Omdat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd, kan de verdachte niet in cassatie worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met een ontnemingszaak die gelijktijdig wordt behandeld.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.