ECLI:NL:PHR:2017:587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling ondanks afwijzing hernieuwde getuigenoproeping in diefstalzaak
In deze strafzaak werd verdachte door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. De verdediging stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, met name gericht op het feit dat het hof had afgezien van een hernieuwde oproeping van een kerngetuige die niet was verschenen.
Het hof had drie serieuze pogingen gedaan om de getuige op te roepen, waaronder dagvaardingen en een bevel tot medebrenging, maar de getuige was niet aangetroffen op zijn woonadres en er was geen aanwijzing dat hij bij een hernieuwde oproeping zou verschijnen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en toereikend was gemotiveerd.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de niet-gehoorde getuige niet gebruikt mocht worden als bewijs, omdat de verdediging de getuige niet had kunnen ondervragen en er geen compensatie was geboden. Het hof had echter geoordeeld dat de verklaring van de getuige niet het enige of doorslaggevende bewijs was en dat deze werd ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals verklaringen van andere getuigen, camerabeelden en het aantreffen van geld en pasjes bij verdachte.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid niet automatisch leidt tot schending van het recht op een eerlijk proces, mits de verklaring niet de enige of beslissende bewijsgrond vormt en er voldoende compensatie is. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal door vereniging.