Conclusie
[verdachte]
Witwassen (feit 6)
Parket bij de Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor mensenhandel en witwassen. Het hof had verdachte veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en diverse schadevergoedingsmaatregelen opgelegd met in totaal 563 dagen vervangende hechtenis.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de wettelijke maximumduur van één jaar vervangende hechtenis bij samenloop van maatregelen had overschreden. Daarom werd de vervangende hechtenis ambtshalve verminderd tot het wettelijk maximum van 365 dagen. Verder werd het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verwerven van geld uit eigen misdrijf als witwassen kwalificeert, verworpen omdat het hof het omzetten en gebruik van het geld ook bewezen verklaarde.
De Hoge Raad constateerde tevens een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat eveneens tot strafvermindering leidde. Het beroep werd verder afgewezen. Hiermee werd de veroordeling voor witwassen bevestigd, maar de strafoplegging aangepast conform wettelijke grenzen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor witwassen en vermindert de vervangende hechtenis tot het wettelijk maximum van één jaar.