ECLI:NL:PHR:2017:590

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2017
Publicatiedatum
5 juli 2017
Zaaknummer
16/00198
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees bij uitspraak van 11 november 2014 de vordering tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat af. Het Openbaar Ministerie stelde tijdig beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. Hoewel de aanzegging conform art. 435, eerste lid, Sv geldig werd betekend, werden geen middelen van cassatie ingediend binnen de gestelde termijn.

Op grond van art. 511h Sv in verbinding met art. 437, eerste lid, Sv is het noodzakelijk dat binnen een maand na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie wordt ingediend. Het uitblijven hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep van de advocaat-generaal bij het hof niet-ontvankelijk. Deze beslissing heeft betrekking op samenhangende zaken 16/00199P, 16/00200 en 16/00201, waarvoor dezelfde conclusie geldt.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 16/00198 P
Zitting: 23 mei 2017
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[A] B.V.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij uitspraak van 11 november 2014 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.
Er bestaat samenhang met de zaken 16/00199P, 16/00200 en 16/00201. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
De advocaat-generaal bij het hof heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, eerste lid, Sv voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid door het openbaar ministerie binnen een maand na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de advocaat-generaal bij het hof niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de advocaat-generaal bij het hof in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG