ECLI:NL:PHR:2017:590
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees bij uitspraak van 11 november 2014 de vordering tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat af. Het Openbaar Ministerie stelde tijdig beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. Hoewel de aanzegging conform art. 435, eerste lid, Sv geldig werd betekend, werden geen middelen van cassatie ingediend binnen de gestelde termijn.
Op grond van art. 511h Sv in verbinding met art. 437, eerste lid, Sv is het noodzakelijk dat binnen een maand na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie wordt ingediend. Het uitblijven hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep van de advocaat-generaal bij het hof niet-ontvankelijk. Deze beslissing heeft betrekking op samenhangende zaken 16/00199P, 16/00200 en 16/00201, waarvoor dezelfde conclusie geldt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van middelen van cassatie.