Conclusie
middelklaagt dat het oordeel van het hof dat het bepaalde in art. 74 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen (verder: AWR) in de weg staat aan het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake van eventueel financieel verkregen voordeel dat de betrokkene door het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften zou hebben genoten, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt dan wel dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk is.
nu bestaatten aanzien van de pleger, de medepleger en de feitelijk leidinggever of opdrachtgever (cursivering van mij, AG). Daarnaast liggen sommige vormen van deelneming zeer dicht bij elkaar. Uitbreiding van het overtredersbegrip brengt mee dat de Belastingdienst bij een keuze voor het bestuurlijk sanctierecht voor meerdere ankers kan gaan liggen en voorkomt dat ogenschijnlijke subtiele verschillen uitmaken of iemand wel of niet beboet kan worden.