ECLI:NL:PHR:2017:601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering bij gewelddadige woningoverval
De verdachte is bij arrest van het Hof Den Haag veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens een gewelddadige woningoverval op 11 juli 2011 te Rotterdam, waarbij onder meer geweld en bedreiging met een vuurwapen werd gebruikt. Het hof baseerde zijn oordeel mede op verklaringen van medeverdachten en getuigen, tapgesprekken en telecomgegevens.
De verdediging stelde onder meer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard en dat bewijsuitsluiting moest plaatsvinden wegens vormverzuimen en schending van het ondervragingsrecht. Het hof verwierp deze verweren en achtte de verklaringen van één medeverdachte betrouwbaar, mede gesteund door tapgesprekken en verklaringen van een getuige.
De Hoge Raad constateert echter een innerlijke tegenstrijdigheid: het hof stelt dat tapgesprekken en een getuigenverklaring niet worden gebruikt in de bewijsvoering, maar gebruikt deze toch om de betrouwbaarheid van de medeverdachte te bevestigen. Omdat de betrokkenheid van de verdachte louter steunt op deze verklaringen en herkenning, en er geen effectief ondervragingsrecht was, is de motivering onvoldoende. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Arrest Hof Den Haag vernietigd wegens innerlijke tegenstrijdigheid in bewijsvoering en zaak terugverwezen.