ECLI:NL:PHR:2017:617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor gekwalificeerde mensensmokkel bij doorreis met vrachtauto
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf wegens het behulpzaam zijn bij de doorreis van tien vreemdelingen door Nederland in de laadruimte van een vrachtauto, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat deze doorreis wederrechtelijk was. De vreemdelingen, afkomstig uit Vietnam en Sri Lanka, hadden geen geldige verblijfsdocumenten en waren kort na hun vondst uit opvanglocaties vertrokken met onbekende bestemming.
De verdediging verzocht om het horen van tien getuigen, die de vreemdelingen zouden zijn, maar het hof wees dit af wegens onvindbaarheid en onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit besluit niet onbegrijpelijk had gemotiveerd, mede gelet op het ondervragingsrecht en de inspanningen die redelijkerwijs van de autoriteiten konden worden verwacht.
Daarnaast bestreed de verdediging de uitleg van het begrip 'wederrechtelijke doorreis' in artikel 197a Sr, stellende dat dit afhankelijk zou zijn van de verblijfsstatus in het land van bestemming. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de wederrechtelijkheid van de doorreis moet worden beoordeeld naar de verblijfsstatus in Nederland, waarbij het voorgenomen verblijf in het bestemmingsland niet beslissend is.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen van cassatie falen en verwierp het beroep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zeven maanden gevangenisstraf voor mensensmokkel wordt bevestigd.