Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de bewezenverklaarde eerste poging tot doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en/of dat het hof het verweer dat verdachte geen voorwaardelijk opzet had omdat hij als geoefend schutter gericht op het been van het slachtoffer heeft geschoten heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
- de door verdachte in de hal afgevuurde kogels het slachtoffer in het onderbeen en in het bovenbeen hebben geraakt;
- verdachte heeft geschoten terwijl hij in een woedende en geëmotioneerde toestand verkeerde na gebruik van alcohol en cocaïne;
- verdachte op een meter afstand van het slachtoffer stond en twee kogels op het slachtoffer afvuurde op het moment dat het slachtoffer bezig was van zijn kruk op te staan;
- dit schieten plaatsvond in een zeer kleine ommuurde ruimte (bewijsmiddel 2), waarin het afvuren van meerdere schoten met een vuurwapen naar algemene ervaringsregels grote risico’s op ricochet en daarmee op dodelijk letsel met zich brengt.
tweede middelbevat de klacht dat het hof het strafmaatverweer inhoudende dat op verdachte, die de Belgische en Marokkaanse nationaliteit heeft en ongewenst vreemdeling is, het bepaalde in art. 15 lid 1 en Pro lid 2 Sr ingevolge art. 15 lid 3 Sr Pro niet van toepassing is en verdachte ook de strafonderbreking ex art. 570b Sr moet ontberen, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
2. Indien een vrijheidsstraf van ten hoogste drie jaren is opgelegd, kan strafonderbreking worden verleend nadat tenminste de helft van de straf is ondergaan. Indien een vrijheidsstraf van meer dan drie jaar is opgelegd, kan strafonderbreking worden verleend nadat tenminste tweederde gedeelte van de straf is ondergaan.
3. De strafonderbreking gaat in op het moment dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
4. Aan de strafonderbreking wordt de voorwaarde verbonden dat de vreemdeling niet naar Nederland terugkeert. Indien de vreemdeling de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, niet naleeft, wordt de tenuitvoerlegging van de straf hervat.
5. De artikelen 39 en 40 zijn van toepassing.”