ECLI:NL:PHR:2017:622

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 mei 2017
Publicatiedatum
11 juli 2017
Zaaknummer
15/03881
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering schadevergoeding en wettelijke rente bij diefstalzaak

In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld voor diefstal en is aan de benadeelde partij een schadevergoeding toegekend van €799,95 voor materiële schade. Het hof heeft daarnaast bepaald dat over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd is vanaf 7 februari 2011 tot aan de dag van volledige betaling. De benadeelde partij had deze rente echter niet in eerste aanleg gevorderd en heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft beslist dat de wettelijke rente vergoed moet worden, omdat de rente niet was gevorderd en de benadeelde partij zich niet opnieuw heeft gevoegd in hoger beroep. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de wettelijke rente toekent, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

De strafrechtelijke veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van vier weken blijft ongewijzigd. De betalingsverplichting van de schadevergoeding aan de benadeelde partij blijft eveneens in stand, maar zonder de toevoeging van wettelijke rente. Andere benadeelden zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het wettelijke rente toekent over de schadevergoeding, maar laat de veroordeling en schadevergoeding verder in stand.

Conclusie

Nr. 15/03881
Zitting: 30 mei 2017
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 29 juli 2015 door het gerechtshof Amsterdam ter zake van het bewezenverklaarde onder 2 primair "diefstal", veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken. Voorts heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 1] toegewezen en aan verdachte een betalingsverplichting opgelegd, met bepaling dat zowel het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding als de betalingsverplichting worden vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partijen [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn door het hof niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot schadevergoeding.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft bepaald dat het toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente.
Het bestreden arrest houdt het volgende in:
"Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.199,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 799,95. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.
(...)
Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 1] ter zake van het onder 2 primair gewezen verklaarde tot het bedrag van € 799,95 (zevenhonderdnegenennegentig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [betrokkene 1], ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 799,95 (zevenhonderdnegenennegentig euro en vijfennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening."
5. Het Hof heeft beslist dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover toegewezen, vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf de in het arrest genoemde datum tot aan de dag der algehele voldoening. Nu het vonnis van de rechtbank niet een toewijzing inhoudt van de door de benadeelde partij in eerste aanleg gevorderde vergoeding van de wettelijke rente, en het hof heeft vastgesteld dat de benadeelde partij zich niet opnieuw heeft gevoegd in hoger beroep, heeft het hof ten onrechte beslist dat die rente vergoed moet worden. Het middel klaagt daarover terecht. Het bestreden arrest kan in zoverre niet in stand blijven (vgl. HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3313).
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het hof heeft beslist dat wettelijke rente vergoed moet worden over het toegewezen bedrag van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG