Conclusie
4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1
Parket bij de Hoge Raad
De aanvrager werd bij vonnis van 13 februari 2009 door de rechtbank Zutphen veroordeeld voor verduistering van vijf auto's, waaronder een zwarte Volkswagen Golf V met kenteken AA-00-BB. Later werd hij bij vonnis van 10 maart 2010 door de politierechter in Utrecht opnieuw veroordeeld voor dezelfde verduistering, wat leidde tot een herzieningsaanvraag bij de Hoge Raad op grond van het ne bis in idem-beginsel.
Uit de dossiers bleek dat de tweede veroordeling betrekking had op hetzelfde feit en dezelfde periode als de eerste veroordeling, die op dat moment onherroepelijk was. De politierechter in Utrecht was kennelijk niet op de hoogte van de eerdere veroordeling, waardoor het openbaar ministerie ten onrechte vervolging instelde.
De Hoge Raad oordeelt dat de dubbele veroordeling in strijd is met artikel 68 Sr Pro en verklaart de herzieningsaanvraag gegrond. Het vonnis van 10 maart 2010 wordt vernietigd en het OM wordt om doelmatigheidsredenen niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De zaak benadrukt het belang van het ne bis in idem-beginsel en correcte communicatie tussen gerechtelijke instanties.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van 10 maart 2010 en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.