ECLI:NL:PHR:2017:83
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieverzoek wegens ontbreken handtekening advocaat
Verzoeker heeft op 10 december 2016 een verzoekschrift tot cassatie ingediend tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2016. Dit arrest betrof de vernietiging van vonnissen van de rechtbank Gelderland en de afwijzing van verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het cassatieverzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens art. 426a lid 1 Rv. De griffie van de Hoge Raad heeft verzoeker hier meerdere malen op gewezen en hem de mogelijkheid geboden dit te herstellen door binnen de gestelde termijn een door een advocaat ondertekend exemplaar in te dienen.
Verzoeker heeft aangegeven geen advocaat te kunnen vinden die hem bijstaat en heeft het verzuim niet hersteld. Daardoor voldoet het verzoekschrift niet aan de formele vereisten en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad op het verzoekschrift.