ECLI:NL:PHR:2017:848

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2017
Publicatiedatum
31 augustus 2017
Zaaknummer
15/05757
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137g SrArt. 80a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling portier voor discriminatie bij toegang weigeren in discotheek

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte, werkzaam als portier bij een discotheek, werd veroordeeld wegens het opzettelijk discrimineren van een persoon op grond van diens ras. De verdachte had geweigerd toegang te verlenen aan een persoon met een donkere huidskleur, terwijl personen met een lichte huidskleur die geen vaste klant waren wel toegang kregen.

Het cassatieberoep richtte zich met name op vermeende onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het hof. De Hoge Raad overwoog dat het hof het bewezenverklaarde op begrijpelijke wijze had afgeleid uit de beschikbare bewijsmiddelen en dat het middel van cassatie evident kansloos was.

De Hoge Raad concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. De veroordeling van de verdachte tot een geldboete en subsidiair een voorwaardelijke hechtenis blijft daarmee in stand.

De zaak is gerelateerd aan andere zaken met nummers 16/00841 en 16/00843, waarin eveneens conclusies werden genomen. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een geldboete van €850,00, subsidiair 17 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard; veroordeling wegens discriminatie bevestigd.

Conclusie

Nr. 15/05757
Zitting: 20 juni 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 december 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “in de uitoefening van een beroep personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras”, veroordeeld tot een geldboete van€ 850,00, subsidiair 17 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Er bestaat samenhang met de zaken 16/00841 en 16/00843. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A. Muntjewerf, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 19 maart 2011 te Almere in de uitoefening van een beroep, namelijk als portier van discotheek/uitgaansgelegenheid (VOF) [A] , [betrokkene 1] opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens zijn ras, namelijk wegens zijn donkere huidskleur en/of zijn Surinaamse en/of niet- Nederlandse etnische afkomst, door [betrokkene 1] de toegang tot discotheek [A] te weigeren omdat hij "geen vaste klant" was, terwijl overige personen met een blanke/lichte huidskleur die (ook) geen vaste klant waren niet de toegang werd geweigerd en/of ontzegd.”
5. Het
middel
5.1. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring en klaagt in het bijzonder over onbegrijpelijkheden in de bewijsoverweging van het hof in het bestreden arrest. Het hof heeft het bewezenverklaarde echter op geenszins onbegrijpelijke wijze kunnen afleiden uit de bewijsmiddelen.
5.2. Het middel is evident kansloos.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG