Conclusie
medeplegen mishandeling, begaan tegen een persoon die aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid is toevertrouwd” veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdvijftig uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis.
middelbehelst de klachten dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft vrijgesproken van de primair ten laste gelegde foltering, waarbij het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het vereiste oogmerk, dan wel de vrijspraak op dat onderdeel onvoldoende heeft gemotiveerd. Ook bevat het middel de klacht dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het OM inzake het bewijs van het vereiste oogmerk.
Het bestreden vonnis
dat hij op of omstreeks 13 juni 2014 te Aruba, als ambtenaar, althans een (anderszins) ten dienste van de overheid (van Aruba) in een openbaar ambt werkzame persoon, in de uitoefening van zijn functie, te weten gevangenisinrichtingswerker bij het Institute Coreccion Nacional/Korrektie Instituut Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, [slachtoffer] heeft gefolterd en/of opzettelijk heeft toegelaten dat een of meer ander(en) die foltering heeft/hebben gepleegd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of diens mededader(s) opzettelijk bij [slachtoffer] die zich in gevangenschap en/of de macht bevond van hem, verdachte, en/of diens mededader(s) ernstige lichamelijke en/of ernstige geestelijke pijn en/of lijden veroorzaakt door [slachtoffer] a) - terwijl hij met zijn handen achter zijn rug was geboeid - meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het lichaam en/of hoofd en/of gezicht te schoppen en/of te stompen en/of te slaan, als gevolg waarvan [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel (onder meer een fractuur van de orbita en/of sinus maxillaris) en/of ernstige (lichamelijke en/of geestelijke) pijn heeft opgelopen/ondervonden en/of ernstig (lichamelijk en/of geestelijk) heeft geleden, en/of b) - vervolgens - (enige uren) (gedeeltelijk) (naakt) aan (eenzame) opsluiting te onderwerpen zonder hem van (medische) verzorging te (laten) voorzien, als gevolg waarvan [slachtoffer] ernstige (lichamelijke en/of geestelijke) pijn heeft ondervonden en/of ernstig (lichamelijk en/of geestelijk) heeft geleden en/of opzettelijk niet ingegrepen terwijl een of meer ander(en) die (bovenomschreven) foltering pleegde(n), zulks (telkens) met het oogmerk om van [slachtoffer] en/of een derde inlichtingen en/of een bekentenis te verkrijgen en/of [slachtoffer] te bestraffen voor een handeling die hij had begaan en/of waarvan hij werd verdacht en/of [slachtoffer] en/of een derde vrees aan te jagen; (artikel 8 Landsverordening Pro internationale misdrijven)”.
Het Hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Voor dit oordeel is het navolgende redengevend.
Foltering door een ambtenaar of door een anderszins ten dienste van de overheid in een openbaar ambt werkzame persoon in de uitoefening van zijn functie wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van ten hoogste honderdduizend florin.”
marteling van een persoon met het oogmerk om van hem of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan, of waarvan hij of een derde wordt verdacht, of hem of een derde vrees aan te jagen of te dwingen iets te doen of te dulden, dan wel om enigerlei reden gebaseerd op discriminatie, uit welke grond dan ook, van overheidswege gepleegd.”
het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn of ernstig lijden, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk, bij een persoon die zich in gevangenschap of in de macht bevindt van degene die van marteling beschuldigd wordt, met dien verstande dat onder marteling niet wordt verstaan pijn of lijden dat louter het gevolg is van, inherent is aan of samenhangt met rechtmatige opgelegde maatregelen of straffen”.
een ambtenaar of door een anderszins ten dienste van de overheid in een openbaar ambt werkzame persoon in de uitoefening van zijn functie”), en
For the purpose of this Convention, the term "torture" means any act by which severe pain or suffering, whether physical or mental, is intentionally inflicted on a person for such purposes as obtaining from him or a third person information or a confession, punishing him for an act he or a third person has committed or is suspected of having committed, or intimidating or coercing him or a third person, or for any reason based on discrimination of any kind, when such pain or suffering is inflicted by or at the instigation of or with the consent or acquiescence of a public official or other person acting in an official capacity. It does not include pain or suffering arising only from, inherent in or incidental to lawful sanctions.” [5]
Mishandeling, gepleegd door een ten dienste van een overheid werkzame persoon in de uitoefening van zijn functie van iemand met het oogmerk inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen, hem of een ander vrees aan te jagen of te dwingen iets te doen of te dulden, dan wel uit minachting voor diens aanspraken op menselijke gelijkwaardigheid, wordt, zo deze gedragingen van dien aard zijn, dat zij een van de vorenbedoelde doelen kunnen bevorderen, als foltering gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.” [6]
zo deze gedragingen van dien aard zijn, dat zij het beoogde doel kunnen bevorderen” vervallen. Deze wijziging is in de memorie van toelichting bij de Ontwerplandsverordening internationale misdrijven niet afzonderlijk toegelicht. [7] Hetzelfde geldt voor de substitutie van het bestanddeel “
uit minachting voor diens aanspraken op menselijke gelijkwaardigheid” door het bestanddeel “
enigerlei reden gebaseerd op discriminatie, uit welke grond dan ook”, dat beter aansluit bij de bewoordingen van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Ook zijn in de Landsverordening internationale misdrijven nader de redenen van bestraffing aangeduid, te weten “
hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan, of waarvan hij of een derde wordt verdacht”. Ook dat sluit beter aan bij de bewoordingen van het genoemde verdrag. [8] Hoewel dit drietal wijzigingen bij de parlementaire voorbereiding ervan niet telkens afzonderlijk is toegelicht, kunnen ze worden verklaard uit de opzet om de definitie van foltering zoals die is omschreven in het verdrag “
zo volledig mogelijk” in de Arubaanse strafwet te implementeren. [9] Het bestanddeel “
zo deze gedragingen van dien aard zijn, dat zij het beoogde doel kunnen bevorderen” ontbreekt in het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en is klaarblijkelijk daarom niet overgenomen in de omschrijving van foltering in de Landsverordening internationale misdrijven.
als onderdeel van een wijdverbreide of systematische aanval tegen een burgerbevolking” (artikel 4 aanhef Pro en onder f Landsverordening internationale misdrijven). Om die reden is voor de strafbaarheid van foltering als zelfstandig misdrijf – zoals dat aan de verdachte ten laste is gelegd – niet vereist dat het een onderdeel vormt van een “
wijdverbreide of systematische aanval tegen een burgerbevolking”. Hierop lijkt Schalken het oog te hebben als hij opmerkt dat men foltering vooral vermoedt, “
als er overheidsfunctionarissen bij betrokken zijn, een van overheidswege gecontroleerde stelselmatigheid of een sadistische wreedheid die de pijntoebrenging naar een hoger niveau van strafwaardigheid tilt”. [13] Zo een vereiste past meer bij foltering als misdrijf tegen de menselijkheid dan bij foltering als zelfstandig misdrijf zoals aan de verdachte ten laste is gelegd.
intentie of bedoeling” waarmee de verdachte het slachtoffer heeft mishandeld. Uit de wijze waarop het Hof dit vervolgens heeft ingevuld blijkt dat het Hof het vereiste oogmerk klaarblijkelijk heeft opgevat als “
de uitsluitende bedoeling” van de verdachte of als het bij de verdachte “
bestaande motief voor zijn handelen”. De overwegingen van het Hof komen er immers kort gezegd op neer dat de verdachte niet met het ex artikel 8, juncto artikel 1 Landsverordening Pro internationale misdrijven vereiste oogmerk heeft gehandeld op de grond dat de verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, mishandelde als uiting “
van frustraties als gevolg van cumulerende onvrede over de werkomstandigheden en gevoelens van onveiligheid in de werksfeer. Het daarbij gebruikte geweld heeft zich weliswaar tegen de gedetineerde geopenbaard, maar was niet tegen de gedetineerde als zodanig gericht.” Ook voor wat betreft de eenzame opsluiting waaraan het slachtoffer is onderworpen, kan het vereiste oogmerk naar het oordeel van het hof niet bewezen worden verklaard omdat – kort gezegd – is gehandeld overeenkomstig “
het protocol”.
van hem of van een derde inlichtingen of een bekentenis te verkrijgen, hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan, of waarvan hij of een derde wordt verdacht, of hem of een derde vrees aan te jagen of te dwingen iets te doen of te dulden, dan wel om enigerlei reden gebaseerd op discriminatie, uit welke grond dan ook, van overheidswege gepleegd”. [16]
for such purposes as”.
Bij het hanteren van deze omschrijving dient men in het oog te houden, dat de opstellers slechts getracht hebben duidelijk te maken waar het in dit Verdrag om gaat, voorzover dit op foltering betrekking heeft. Zij hebben niet beoogd een delictomschrijving op te stellen die in nationale strafwetten zou moeten worden overgenomen, met alle daaruit voortvloeiende consequenties voor de bewijslevering. Dit geldt in het bijzonder voor de opsomming van oogmerken.
onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren”. [22] In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp is uitdrukkelijk afstand genomen van de in het verdrag vereiste oogmerken, die uit het Strafwetboek moesten worden “
geweerd”. [23]
foltering” van land tot land zou verschillen. [26] Daarbij lijken zij met name het oog te hebben op het onderscheid dat moet worden gemaakt tussen foltering en de “
andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing” waarover het verdrag zich eveneens uitstrekt, maar waarop de verdragsverplichting tot strafbaarstelling geen betrekking heeft. Als belangrijke taak voor degenen die het verdrag zullen toepassen, noemen Burgers & Danelius het bepalen van “
a uniform level above which pain or suffering becomes so severe that the infliction of it constitutes torture”. [27] Het onderscheidend criterium betreft, met andere woorden, niet het vereiste oogmerk, maar de intensiteit van de toegebrachte pijn of het veroorzaakte lijden die foltering onderscheidt van met name mishandeling en de in het verdrag ook aangewezen “
andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing”.
zo deze gedragingen van dien aard zijn, dat zij een van de vorenbedoelde doelen kunnen bevorderen”.Werd daarmee niet aangegeven dat met de oogmerken niet het “
verwijderd doel” werd bedoeld? [32] Dit in mijn ogen dus verhelderende bestanddeel is weliswaar vervallen, maar dat geschiedde om de tekst nauwer te laten aansluiten bij de tekst , terwijl een inhoudelijke wijziging niet was beoogd.
meermalen tegen het lichaam, hoofd en gezicht geschopt en geslagen” heeft waarna het slachtoffer “
enige uren naakt aan eenzame opsluiting is onderworpen zonder hem van medische verzorging te voorzien” nadat “
de verdachte en zijn medeverdachten hevig geëmotioneerd raakten en zeer boos werden toen zij vernamen dat één van hen, medeverdachte [medeverdachte 1] , door de betreffende gedetineerde met een vuist in zijn gezicht was gestompt en zij, de verdachte en zijn medeverdachten, het hevig bebloede gelaat en uniform van [medeverdachte 1] zagen”. Daarmee heeft het hof in feite vastgesteld dat de verdachte, tezamen en met anderen, het slachtoffer heeft mishandeld en aan eenzame opsluiting heeft onderworpen om hem te bestraffen voor diens gedrag jegens een collega van de verdachte, [medeverdachte 1] . Om die reden verdient het nadere motivering waarom bij de verdachte en zijn mededaders – toen zij het slachtoffer “
meermalen tegen het lichaam, hoofd en gezicht geschopt en geslagen” hebben en het slachtoffer “
enige uren naakt aan eenzame opsluiting is onderworpen zonder hem van medische verzorging te voorzien” – het oogmerk zou hebben ontbroken “
hem te bestraffen voor een handeling die hij of een derde heeft begaan, of waarvan hij of een derde wordt verdacht, of hem of een derde vrees aan te jagen of te dwingen iets te doen of te dulden”.
voor zover inhoudende een afwijking en afwijzing van het expliciet ingenomen OM-standpunt”. Hiermee wordt een beroep gedaan op het motiveringsvoorschrift dat is vervat in artikel 402, tweede lid, Strafvordering Aruba dat correspondeert met het motiveringsvoorschrift in artikel 359, tweede lid, Sv. Deze klacht faalt als zodanig omdat het Hof uitvoerig is ingegaan op het vereiste oogmerk en daarbij heeft aangegeven dat en waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk door het OM onderbouwde standpunt. Hieraan doet niet af dat het oordeel van het Hof op dit onderdeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende is gemotiveerd.