Conclusie
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, 2. “
diefstal”, 4. “
diefstal door twee of meer verenigde personen”, 5. subsidiair “
medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen”, 6. “
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, 7 en 9. “
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” en 8. “
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” en in de zaak met parketnummer 01-860057-13 wegens 1. “
opzetheling” en 2. “
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden, met aftrek zoals bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.
“Feit 1
Feiten 4 en 7
Feit 9
eerste middelbehelst de klacht dat het hof een met de bewijsmiddelen strijdig verweer ten aanzien van — kort gezegd — de onder 1 tenlastegelegde overval onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen, zodat ook de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
een van degenen is geweest die uitvoeringshandelingen heeft gepleegd”. Ter onderbouwing van de klacht dat de verwerping van het verweer tekortschiet, wijst de steller van het middel in het bijzonder op de vaststellingen (1) dat de politie om 03:25 uur de melding ontvangt van de overval in de Brabanthallen te ’s-Hertogenbosch, en (2) dat een camera de verdachte die nacht om 03:46 uur vastlegt aan het Orgelplein te Eindhoven. Ik begrijp het middel zo dat een autorit tussen de plaats delict en het woonadres van de verdachte binnen een dergelijk tijdsbestek onmogelijk moet worden geacht, zodat de verdachte niet aanwezig kan zijn geweest bij de overval. Daartegenover plaatst de steller van het middel de omstandigheid dat het hof geen contra-indicatie voor een bewezenverklaring aantreft in het door de getuige [slachtoffer] gegeven, de verdachte niet passende, signalement van de overvallers, zodat daaruit moet worden opgemaakt dat de verdachte
welaanwezig is geweest tijdens de overval. Een en ander in samenhang bezien betekent dat de verwerping van het verweer, inhoudende dat de verdachte niet tijdens de overval aanwezig is geweest, alsook de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zijn omkleed, aldus begrijp ik de steller van het middel.
ookuitvoeringshandelingen heeft verricht. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
tweede middelklaagt — kort gezegd — over de onder 4 bewezenverklaarde gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [AA-00-AA] , alsook over de onder 7 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB] . Het
derde middelklaagt over de onder 9 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [CC-00-CC] . De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
waaren
op welke wijzehet beste witte en of grijze Caddy’s kunnen worden weggenomen, en door de auto meermalen met een van de medeverdachten te verlaten teneinde “
slotjes eruit te halen”, [7] bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij het plegen van — kort gezegd — de diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het (originele) kenteken [AA-00-AA] , [8] de poging diefstal in vereniging van de grijze Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB] , [9] alsook de poging diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het kenteken 73‑VJX-8. [10] Afgezien van de aangiften, [11] vindt de bewezenverklaring, anders dan de steller van het middel kennelijk wil, bovendien steun in de omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat in beide nachten geen andere melding of aangifte van diefstal van een dergelijk voertuig dan wel een poging daartoe werd gedaan. [12] Inzake de diefstal van de witte Caddy met het kenteken [AA-00-AA] kan die steun voorts ook worden gevonden in de omstandigheid dat een van verdachte’s medeverdachten in de periode volgend op de diefstal verschillende keren in de Caddy is waargenomen. [13] In beide gevallen betreft de toelichting op het middel een duidelijk geval van napleiten en miskent het de rechterlijke wegings- en waarderingsvrijheid.
vierde middelklaagt over schending van de redelijke (inzend)termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.