Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
gebruikervan een perceel bij de
eigenaarvan dat perceel, aan de gebruiker geen adequate prikkel geeft om zuiniger met water om te gaan, doet daaraan volgens het Hof niet af.
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
5.Nationaal recht en unierecht I Analyse
6.De Kaderrichtlijn
7.De rioolheffing
8.Beschouwing en beoordeling van de middelen over en weer
9.Conclusie
De feiten en het geding in feitelijke instanties
De opbrengst rioolheffing wordt op basis van de huidige eigenarenheffing naar rato van het aantal woningen en niet-woningen voor 87% opgebracht door de woningen en voor 13% door de niet-woningen.
3.Het geding in cassatie
De bekostiging van het zuiveringsbeheer is en blijft gebaseerd op het principe 'de vervuiler betaalt'. De kosten van het zuiveringsbeheer worden via de zuiveringsheffing omgeslagen over de huishoudens en bedrijven die afvalwater lozen op de riolering."
totalelasten van (alle) waterdiensten.
Standley e.a.en
Metson e.a., Jurispr. 1999, I-2603, punt 52) [54] .
Futura Immobilaire, Jurispr. 2009, p. I-6995, punt 57) [55] .
De KRW eist dat tegen het jaar 2010 rekening wordt gehouden met het beginsel van terugwinning van kosten van waterdiensten. Ook moet het waterprijsbeleid prikkels bevatten voor een efficiënt gebruik en voor terugwinning van kosten. In Nederland is kostenterugwinning nu al de grondslag voor de financiering van het watergebruik en het waterbeheer. Hierbij vormen de principes «de vervuiler betaalt» of de «gebruiker betaalt» het uitgangspunt. De recente nationale besluitvorming over financiering van het waterbeheer (IBO) is geheel in lijn met de eisen van de KRW.”
Information should also be provided on the incentive function of water pricing for all water services, with the aim of ensuring the efficient use of water."
Omdat de Kaderrichtlijn Water een duidelijke koppeling legt met het vervuiler/gebruiker betaalt principe, wordt tevens per waterdienst een beschrijving gegeven van de aanbieders en gebruikers. De beschrijving van de kostenterugwinning kan worden gezien als een eerste onderdeel van de analyse van het prijsbeleid. De KRW stelt dat prijsbeleid adequate prikkels moet geven om efficiënt watergebruik te stimuleren. Vandaar dat voor iedere waterdienst wordt beschreven via welk mechanisme de kosten worden teruggewonnen."
De stroomgebiedbeheerplannen beschrijven niet precies per type watergebruik de manier waarop het waterprijsbeleid adequate prikkels voor gebruikers biedt om waterbronnen efficiënter te gebruiken. Er wordt echter vermeld dat de financiering van waterbeheer in Nederland is gebaseerd op de beginselen 'de vervuiler betaalt' en 'de gebruiker betaalt', en er worden prijsprikkels gebruikt om efficiënt watergebruik te stimuleren. De volgende instrumenten waarmee kosten worden teruggewonnen, worden genoemd (in het algemeen): volumetrische belasting, verontreinigingsheffing, lozingsheffing, grondwaterheffing, grondwaterbelasting en overige. De bovengenoemde instrumenten tonen aan dat in Nederland een stimulerend prijsbeleid wordt gevoerd.” (…)
59. Inhoudelijke maatstaf voor de vaststelling van een schending is of de bevoegde instanties de eisen van het beginsel dat de vervuiler betaalt kennelijk miskennen. Een complexe beoordeling kan in de regel enkel in twijfel worden getrokken wanneer daarvoor geen redelijke grondslag valt aan te wijzen. Omdat het echter om de realisering van het beginsel dat de vervuiler betaalt gaat, is niet elke redelijke overweging voldoende; wat telt is of er een redelijk verband bestaat met de bijdrage van de producent van afvalstoffen aan het ontstaan daarvan."
Alles overziend is de Nederlandse regering van mening dat binnen het bestaande institutionele stelsel de gebruikers van waterdiensten een adequate bijdrage leveren aan de kosten van de productie van de productie van de waterdiensten. Doordat de kosten voor de additionele krw-maatregelen gekoppeld worden aan bestaande waterdiensten en de kostenterugwinningstructuur, is er ook sprake van een adequate bijdrage van de verschillende sectoren in de terugwinning van de kosten voor het voorgenomen maatregelenpakket." (…)
Decentrale overheden zelf zijn verantwoordelijk voor juiste toepassing van het Europese recht – dat is niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de nationale wetgever. Met name in het geval van richtlijnen worden decentrale overheden vaak met hun eigen verantwoordelijkheid voor naleving geconfronteerd.
4.Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Verordening rioolheffing
Productie en levering van water;
Inzamelen en afvoer van hemel- en afvalwater;
Zuiveren van afvalwater;
Grondwaterbeheer;
Regionaal watersysteembeheer.
INLEIDING
nemo auditur turpitudinem suam allegans” uit de continentale rechtstelsels of het
estoppel-beginsel uit de
common law.
art. 288, derde alinea, VWEU te voldoen;
de regel onder aheeft het Hof beslist dat de verplichting wordt begrensd door de algemene rechtsbeginselen, met name het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht, en dat het beginsel van conforme uitleg niet kan dienen als grondslag voor een uitleg contra legem van het nationale recht. Dit laatste wordt echter gerelativeerd door de regel onder d. Zie uitvoerig hierover
WISSINK, p. 175 e.v.
regel onder choudt in dat uitlatingen in de parlementaire geschiedenis van de implementatiewet die zouden kunnen wijzen op de bedoeling van de wetgever de richtlijn niet correct te implementeren, moeten worden genegeerd (zie arrest Björnekulla, C-371/02, punt 13).
effet utilevan de bepaling, zonder de contextuele grenzen te buiten te gaan.
verplichtingenin het leven roept, ook geëigend is
rechtente scheppen welke zij uit eigen hoofde kunnen geldig maken (hierna ook wel genoemd: rechtstreekse werking).
acte éclairé.
acte clair.
6.De Kaderrichtlijn
De rioolheffing
8.Beschouwing en beoordeling van de middelen over en weer
contra legem, waarbij de nationale rechter wel is gehouden in voorkomend geval het nationale recht in zijn geheel te bezien om te beoordelen of het zodanig kan worden toegepast dat het niet tot een met het Unierecht strijdig resultaat leidt. [248]
acte éclairébetreft, [271] zodat geen prejudiciële vragen behoeven te worden gesteld aan het HvJ.
acte éclairébetreft, [280] zodat op dit vlak geen prejudiciële vragen hoeven te worden gesteld aan het HvJ.