ECLI:NL:PHR:2017:90
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging tenlastelegging en verwerpt ne bis in idem-verweer in oplichtingszaak
In deze zaak werd verdachte in eerste aanleg veroordeeld voor oplichting en vrijgesproken van verduistering. In hoger beroep werd door het Openbaar Ministerie een wijziging van de tenlastelegging gevorderd waarbij verduistering aan verdachte werd toegerekend. Het hof wees deze wijziging toe, waarna verdachte cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht of de wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep in strijd was met het ne bis in idem-beginsel, omdat verdachte voor hetzelfde feit in eerste aanleg was vrijgesproken. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was, omdat het hier ging om een voortzetting van de bestaande vervolging en niet om een andermaal vervolging van hetzelfde feit.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad diverse middelen van cassatie, waaronder een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid in de bewijsvoering en klachten over de motivering van het bewezenverklaarde. Deze middelen werden verworpen wegens onvoldoende grondslag of omdat het hof voldoende motivering had gegeven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof, waarmee de wijziging van de tenlastelegging en de veroordeling van verdachte in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de wijziging van de tenlastelegging en de veroordeling van verdachte.