Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.2, dat blijkens zijn bewoordingen is gericht tegen de rov. 17-18 [19] . Daarin heeft het hof als volgt geoordeeld (voor de leesbaarheid citeer ik ook rov. 16):
“would consider an application, if neccessary, for a short or longer adjournment, but hoped this would not be necessary”. Later tijdens het telefoongesprek merkt de arbiter op dat er redelijk wat ruimte is in het tijdschema van de zitting van de komende week en dat dat de advocaat van MSF zou kunnen helpen, waarop de arbiter verder meedeelt dat MSF
“could make a further application next week if needed".Door MSF is niet bestreden dat de arbiter uitspraken met deze of een in strekking vergelijkbare inhoud heeft gedaan.
would consider an application, if neccessary, for a short or longer adjournment, but hoped this would not be necessary”
.Verder geeft het hof weer dat de arbiter later tijdens het telefoongesprek heeft opgemerkt dat er redelijk wat ruimte is in het tijdschema van de zitting van de komende week en dat dat de advocaat van MSF zou kunnen helpen, waarop de arbiter verder meedeelt dat MSF “
could make a further application next week if needed”.
steel millsvoor te bereiden anders dan de door MSF aangevoerde verweren omtrent de
prima facieongeloofwaardigheid dan wel onbetrouwbaarheid van dit bewijs (r.o. 4.8, onder 2); (…)
indien een dergelijk verzoek zou worden ingediend.
.Deze fundamentele regel van hoor en wederhoor heeft uiteraard ook betrekking op het kennis kunnen nemen van en adequaat kunnen reageren op bescheiden die (kort) vóór of bij gelegenheid van een terechtzitting waarop zij aan de orde komen, worden overgelegd. (…)
(zie hiervoor onder 2.6 ) [36] .
onderdeel 2bevat allereerst een algemene klacht die vervolgens in twee subonderdelen is uitgewerkt. De algemene klacht luidt dat het oordeel van het hof dat de arbiter niet gehouden was om MSF ambtshalve in de gelegenheid te stellen tot het horen van [betrokkene 2] in (effectieve) cross examination of toe te laten tot contra-enquête respectievelijk het leveren van (ander) tegenbewijs tegen [betrokkene 2] 3 en de bijlagen daarbij, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt althans dat dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd tegenover de stellingen van MSF.
kruisverhoorheeft plaatsgevonden waarin MSF de kans had om de door [betrokkene 2] genoemde verkoopmogelijkheden aan te vechten, maar dat impliceert nog niet dat het recht van hoor en wederhoor is geschonden. Het voorgaande is immers niet onverenigbaar met de situatie dat MSF wel voldoende in de gelegenheid is gesteld om haar recht op wederhoor desgewenst te effectueren, maar die gelegenheid niet heeft gegrepen.”