ECLI:NL:PHR:2017:91

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2017
Publicatiedatum
28 februari 2017
Zaaknummer
15/00651
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 27 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep tegen veroordeling voor diefstal en poging tot diefstal van Volkswagen Caddy’s

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens diefstal en poging tot diefstal van meerdere Volkswagen Caddy’s. De veroordeling betrof deelname aan een vereniging die zich schuldig maakte aan deze vermogensdelicten.

Verdachte stelde in cassatie drie middelen aan de orde, waaronder een klacht over de bewezenverklaring en een beroep op schending van het recht op een eerlijk proces wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad oordeelde dat het hof met juiste maatstaven en voldoende bewijsmiddelen heeft geoordeeld dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met medeverdachten.

De klachten over de bewijswaardering werden verworpen als een onjuiste herbeoordeling van feiten en een schending van de waarderingsvrijheid van de rechter. Het middel over de termijnoverschrijding behoefde geen bespreking gezien het lot van de andere middelen.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard, arrest hof blijft in stand.

Conclusie

Nr. 15/00651
Zitting: 24 januari 2017 (bij vervroeging)
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 23 januari 2015 ter zake 2. “
diefstal door twee of meer verenigde personen”, 4 en 5. “
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” en 6. “
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sv Pro. Voorts heeft het hof een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader omschreven in het arrest.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 15/00382 en 15/00654. In deze zaken zal ik vandaag eveneens concluderen.
3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
4. Het
eerste middelklaagt — kort gezegd — over de onder 2 bewezenverklaarde gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [AA-00-AA] alsook over de onder 4 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB]. Het
tweede middelklaagt over de onder 5 bewezenverklaarde poging tot gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Caddy met het kenteken [CC-00-CC]. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
5. Anders dan de steller van het middel in de toelichting betoogt, heeft het hof, met toepassing van de juiste maatstaf, uit de gebezigde bewijsmiddelen zonder meer kunnen afleiden dat de verdachte, door zowel in de nacht van 28 op 29 januari 2013 als in de nacht van 21 op 22 maart 2013 als bestuurder van een auto met twee medeverdachten rond te rijden, concrete gesprekken met hen te voeren over
waaren
op welke wijzehet beste witte en of grijze Caddy’s kunnen worden weggenomen, de medeverdachten te wijzen op het meenemen van gereedschap op de momenten dat zij de auto verlaten, [1] of door hen te waarschuwen zodra er tijdens hun bezigheden een auto nadert, [2] bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij het plegen van — kort gezegd — de diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het (originele) kenteken [AA-00-AA], [3] de poging diefstal in vereniging van de grijze Volkswagen Caddy met het kenteken [BB-00-BB], [4] alsook de poging diefstal in vereniging van de witte Volkswagen Caddy met het kenteken [CC-00-CC]. [5] [6] Afgezien van de aangiften, [7] vindt de bewezenverklaring, anders dan de steller van het middel kennelijk wil, bovendien steun in die bewijsmiddelen waaruit blijkt dat in beide nachten geen andere melding of aangifte van diefstal van een dergelijk voertuig dan wel een poging daartoe werd gedaan. [8] Inzake de diefstal van de witte Caddy met het kenteken [AA-00-AA] kan die steun voorts ook worden gevonden in de omstandigheid dat een van verdachte’s medeverdachten in de periode volgend op de diefstal verschillende keren in de Caddy is waargenomen. [9] In beide gevallen betreft de toelichting op het middel een duidelijk geval van napleiten en miskent het de rechterlijke wegings- en waarderingsvrijheid. De eerste twee middelen kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
6. Het
derde middel, waarin met een beroep op art. 6, eerste lid, EVRM wordt geklaagd over de overschrijding van de redelijke (inzend)termijn in cassatie, behoeft gezien het lot van het de eerste twee middelen geen bespreking. [10]
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Uit het proces-verbaal met betrekking tot het uitluisteren vertrouwelijke communicatie, bewijsmiddel 6, volgt dat de verdachte in de nacht van 28 op 29 januari 2013 om 22.40 uur tegen zijn een van zijn medeverdachten zegt dat “
2.Het proces-verbaal met betrekking tot het uitluisteren vertrouwelijke communicatie, bewijsmiddel 19, houdt in dat de verdachte, wachtend in de auto terwijl de twee medeverdachten zijn uitgestapt, om 22.04 toetert wanneer er een auto nadert, waarop de medeverdachten weer instappen.
3.Het bewezenverklaarde onder 2.
4.Het bewezenverklaarde onder 4.
5.Het bewezenverklaarde onder 5.
6.Zie de bewijsmiddelen 6 en 7 in verband met de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten alsook bewijsmiddel 19 en 20 inzake het onder 5 bewezenverklaarde.
7.Zie bewijsmiddel 3 (feit 2), bewijsmiddel 1 (feit 4) en bewijsmiddel 16 (feit 5).
8.Zie bewijsmiddel 4 ter zake de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten en bewijsmiddel 17 ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde.
9.Zie de bewijsmiddelen 8 tot en met 13.
10.Zie HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005,