Conclusie
1.Feiten en procesverloop
competent authorityvan het land waar, of naar welks recht het arbitrale vonnis is gewezen (in de onderhavige zaak de Russische gewone rechter), met toepassing van zijn nationale recht over de vorderingen tot vernietiging van arbitrale vonnissen. De exequaturrechter dient zich in beginsel niet in deze beoordeling te begeven. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat het arbitraal vonnis door de Arbitrazh Court als de
competent authorityis vernietigd en dus niet meer bestaat. Deze (door de Federal Court bekrachtigde) beslissing dient bij de beoordeling van het voorliggende verzoek in beginsel te worden gerespecteerd. De omstandigheid dat een arbitraal vonnis in het land van herkomst is vernietigd dient echter niet onder alle omstandigheden te leiden tot afwijzing van een verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging. De exequaturrechter dient – hoewel met grote terughoudendheid – ook onder het systeem van het Verdrag van New York uiteindelijk steeds zelf aan de hand van de eigen nationale openbare orde te beoordelen of aan de uitspraak waarbij het arbitraal vonnis is vernietigd werking kan worden toegekend. Alleen dan kan geen werking worden toegekend aan het vernietigingsvonnis indien de uitvoering van het vernietigingsvonnis tot een inbreuk op de Nederlandse openbare orde zou leiden, bijvoorbeeld omdat het vernietigingsvonnis tot stand is gekomen in een procedure waarin naar Nederlandse maatstaven op onaanvaardbare wijze tekort is gedaan aan beginselen van een behoorlijke rechtspleging (rov. 4.8). De voorzieningenrechter is tot het oordeel gekomen dat van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden in het onderhavige geval onvoldoende is gebleken.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
travaux préparatoiresvan het Verdrag van New York dat wat betreft art. V, eerste lid, aanhef en sub e, discussie heeft plaatsgevonden omtrent het toekennen van een discretionaire bevoegdheid en het daarmee corresponderende gebruik van het meer permissieve woord ‘may’ in tegenstelling tot ‘shall’. [16] In lijn met art. 33 lid 4 WVV Pro dient in dit geval derhalve een betekenis aangenomen te worden die, rekening houdend met het voorwerp en doel van het Verdrag, de verschillende authentieke teksten het best met elkaar verzoent.
verlenen. Uit art. V noch uit een andere bepaling van het Verdrag volgt echter dat de exequaturrechter verplicht is om de erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis te
weigeren. Deze interpretatie van art. V wordt ondersteund door art. VII waarin onder meer is bepaald dat de bepalingen van het Verdrag geen belanghebbende partij enig recht ontnemen dat zij mocht hebben om gebruik te maken van een scheidsrechterlijke uitspraak op de wijze en in de mate, toegestaan volgens de wetgeving of de internationale overeenkomsten van het land waar op die uitspraak een beroep wordt gedaan. Dit ‘meestbegunstigingsbeginsel’ is een uitvloeisel van het doel van het Verdrag om de mogelijkheden voor het erkennen en tenuitvoerleggen van arbitrale vonnissen uit te breiden. Bovendien is het aannemen van een discretionaire bevoegdheid in lijn met art. II en art. III van het Verdrag welke bepalingen de Verdragsluitende Staten verplichten om een arbitrageovereenkomst te erkennen en om, behoudens uitzonderingen, arbitrale vonnissen te erkennen en ten uitvoer te leggen. Hieruit volgt dat de exequaturrechter ingevolge art. V lid 1 een discretionaire bevoegdheid heeft om vernietigde arbitrale vonnissen te erkennen en het verlof tot tenuitvoerlegging te verlenen. [17]
territorial approach’ wordt genoemd, kan alleen de bevoegde autoriteit (
competent authority) in de zin van art. V, lid 1, sub e de geldigheid van een arbitraal vonnis beoordelen. Door te kiezen voor een arbitragetribunaal in een bepaald land onderwerpen de partijen zich indirect ook aan de wetten en gerechten van dat land. Het systeem van het Verdrag van New York zou worden doorkruist indien de exequaturrechter het vernietigingsvonnis van de bevoegde autoriteit naast zich neer mag leggen. [18] Het uitgangspunt van deze meer traditionele benadering is dat een vernietigd arbitraal vonnis niet meer bestaat waardoor het ook niet ten uitvoer kan worden gelegd. [19] De opvatting dat het Verdrag de exequaturrechter ten aanzien van de erkenning en tenuitvoerlegging van een vernietigd arbitraal vonnis geen discretionaire bevoegdheid laat, wordt bijvoorbeeld in Duitsland gedeeld. [20] Het nadeel van deze opvatting is dat het limitatieve karakter van de weigeringsgronden van art. V van het Verdrag kan worden ondermijnd indien allerlei eigenaardigheden van het recht van het land waar het vonnis werd gewezen, als lokale vernietigingsgronden, in de weg kunnen staan aan tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis. [21] Lokale vernietigingsgronden (‘Local Standard Annulments’) zijn bijvoorbeeld de vernietiging van een arbitraal vonnis omdat het niet door alle arbiters is ondertekend of omdat het (mede) gewezen werd door een vrouw als arbiter. [22] Nog daargelaten dat deze laatste grond een reden zou zijn het vernietigingsvonnis wegens strijd met de openbare orde niet te erkennen, zouden lokale vernietigingsgronden niet aan tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis in de weg mogen staan. Derhalve wordt betoogd dat tenuitvoerlegging alleen mag worden geweigerd op grond van art. V, lid 1, aanhef en sub e, indien het arbitrale vonnis door de bevoegde autoriteit is vernietigd op internationaal erkende gronden, zoals de gronden genoemd in art. V, lid 1, onder sub a tot en met d. [23]
‘territorial approach’ staat de ‘
delocalized approach’ die ervan uitgaat dat het de exequaturrechter vrij staat voorbij te gaan aan het oordeel van de bevoegde autoriteit om het arbitrale vonnis te vernietigen. [24] In deze opvatting wordt aansluiting gezocht bij art. V van het Verdrag, welke bepaling geen verplichting inhoudt voor de exequaturrechter om tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis te weigeren indien het is vernietigd door de rechter van de plaats van arbitrage, en bij het ‘meestbegunstigingsbeginsel’ van art. VII van het Verdrag. De opvatting dat vernietigde arbitrale vonnissen in weerwil van hun vernietiging ten uitvoer kunnen worden gelegd, vindt weerklank bij Franse gerechten en is tot uitdrukking gekomen in de
Hilmarton-uitspraak van de Franse Cour de Cassation. [25] Daarin is beslist dat een in Zwitserland vernietigd arbitraal vonnis in Frankrijk met een beroep op art. VII kan worden erkend onder toepassing van nationaal recht dat gunstiger is dan art. V. [26] Hiertegen kan echter worden ingebracht dat deze opvatting kan leiden tot tegenstrijdige uitspraken in verdragsstaten en tot rechtsonzekerheid ten aanzien van de interpretatie van het Verdrag van New York, vooral indien het nationale recht afwijkt van de internationaal erkende weigeringsgronden van art. V. [27]
forumshoppingtot gevolg en draagt tevens bij aan de gewenste uniformiteit. Daarnaast draagt het bij aan het aanzien en het vertrouwen in internationale arbitrage omdat niet zonder meer aan elk vernietigingsvonnis, ongeacht de vernietigingsgrond of de wijze van totstandkoming, effect moet worden toegekend. In beginsel kan derhalve een vernietigd arbitraal vonnis niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij een of meer redenen bestaan om aan het vernietigingsvonnis voorbij te gaan. Reden hiervoor kan zijn dat het vernietigingsvonnis zelf krachtens het commune IPR niet voor erkenning in aanmerking komt, bijvoorbeeld omdat het vonnis niet na een behoorlijke rechtspleging tot stand is gekomen, de rechter niet bevoegd was of het vernietigingsvonnis in strijd is met de openbare orde. [30] Daarnaast wordt betoogd dat dit ook het geval kan zijn indien de gronden voor vernietiging worden gebaseerd op lokale regels die niet internationaal geaccepteerd zijn en ook niet overeenkomen met de weigeringsgronden van art. V van het Verdrag. [31]