Conclusie
Supplier’s Rights
2.Procesverloop
Auteursrecht: inleiding
SAS/WPL’ heeft het HvJEU onderstreept dat de functionaliteit van een computerprogramma/het voorbereidend materiaal niet een uitdrukkingswijze daarvan als bedoeld in artikel 1 lid 2 SoftwareRl Pro vormt omdat anders ideeën zouden kunnen worden gemonopoliseerd (punten 39 en 40).
[A]/Fikszo’), met dien verstande dat bij de hier niet aan de orde zijnde terreinen van industriële vormgeving en TV-formats tevens naar de totaalindruk moet worden gekeken. De SoftwareRl voorziet in artikel 4 lid Pro 1 b) in een communautair bewerkingsrecht voor specifiek het software-auteursrecht. In de ARl is het bewerkingsrecht niet met zoveel woorden genoemd. Het is evenwel niet uit te sluiten dat voor het reguliere auteursrecht het bewerkingsrecht geacht moet worden in de ARl besloten [te] liggen, gezien:
Premier League/Murphy’) neergelegde – uitgangspunten dat de ARl moet worden uitgelegd tegen de achtergrond van de BC en dat de lidstaten dienen te voldoen aan de artikelen 1-21, en dus ook artikel 12, daarvan, in samenhang beschouwd met de eerste zinsnede van punt 27 van het arrest van het HvJEU van 22 januari 2015 in zaak C-419/13 (‘
Allposters’), waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het HvJEU zich tot uitleg van artikel 12 BC Pro bevoegd acht;
Suske & Wiske’) – impliceert dat het bewerkingsrecht tot de in die richtlijn bedoelde rechten behoort;
‘Page The top of the screen will show information identifying the account’(zie onder meer de voorbeelden 5.15, 5.20 en 5.22 in het Mulder II-rapport);
‘Your password is: (…)
‘The last line will show a sub-total for product quantity and product invoice value’(voorbeeld 5.38 in het Mulder II-rapport).
SAS/WPL’-arrest van het HvJEU blijkt dat voor zover materiaal een beschrijving bevat van de functionaliteit van het computerprogramma, het niet als ‘voorbereidend materiaal’, en dus ook niet als ‘computerprogramma’ in de zin van de SoftwareRl kan worden beschouwd.
SAS/WPL’-arrest moet worden verstaan: het geheel van mogelijkheden dat een informatiesysteem biedt, de kenmerkende acties van het programma of, kort gezegd, de dienst die de gebruiker van een computerprogramma ervan verwacht (zie punt 52 van de conclusie van de AG bij het ‘
SAS/WPL’-arrest, waarbij opmerking verdient dat punt 40 van dat arrest verwijst naar het op punt 52 voortbouwende punt 57 van de conclusie). Het DC-Functional Design 14.1 vormt – zo blijkt uit de in rov. 6.2 weergegeven voorbeelden daaruit – niet een functionele omschrijving van het programma in deze globale zin, maar bevat ‘functionele specificaties’ met, in de woorden van Van Roosmalen (blz. 18 van zijn rapport), een ‘detailbeschrijving van de soort van invoergegevens die een programma moet verwerken en het type uitvoer dat wordt verlangd’. Hiervoor is tevens bevestiging te vinden in de in punt 44 MvA door Forax c.s. geciteerde passage uit het rapport (punt 5.1.2) van hun deskundige ir. Huys:
‘Deze term moet eveneens het desbetreffende voorbereidende ontwerp-materiaal omvatten dat tot het vervaardigen van een programma leidt, op voorwaarde dat dit voorbereidende materiaal van dien aard is dat het later tot zulk een programma kan leiden’;
‘This term also includes prepatory design work leading to the development of a computer program provided that the nature of the prepatory work is such that a computerprogram can result from it at a later stage’;
‘Dieser Begriff umfasst auch Entwurfsmaterial zur Entwicklung eines Computerprogramms, sofern die Art der vorbereitenden Arbeit die spätere Enstehung eines Computerprogramms zulässt’.
SAS/WPL’-arrest heeft het HvJEU – onder verwijzing naar zijn arrest van 22 december 2010 in zaak C-393/09 ‘
Softwareova’ – gepreciseerd dat de SoftwareRl bescherming biedt aan de uitdrukkingswijze van voorbereidend materiaal ‘
capable of leading (…) to (…) thesubsequent creation’ van een computerprogramma (punt 37).
een bepaald getal bovenaan een scherm of pagina moet staan’. De in rov. 6.2 genoemde beschrijvingen in het DC-Functional Design 14.1 zijn hiermee vergelijkbaar. Direct na de zojuist geciteerde zinsnede wordt in het Van Otterloo-rapport het volgende opgemerkt:
alleen een beginpunt is van een softwareontwikkelproces’ en dat ‘
bij de uitwerking van (het ontwerp) in werkende software (…) nog veel belangrijke beslissingen (worden) genomen’. Op blz. 18 van het door DC c.s. zelf in het geding gebrachte en door hen als cruciaal aangemerkte (punt 4 PA) Van Roosmalen-rapport is iets vergelijkbaars te lezen:
als geheeldoor het reguliere auteursrecht wordt beschermd (zie punt 65 MvA).
Kip/Rabobank’. Het plan om DCC Exploitation te laten failleren (punten 239 en 245 MvG) is daarvoor onvoldoende, alleen al omdat dat plan niet is doorgegaan, zoals onder 15.1 nader zal worden toegelicht. Het beroep dat DC c.s. in punt 244 MvG hebben gedaan op waardevermindering van de door DC SA gehouden aandelen in DCC Exploitation faalt eveneens: er zijn geen omstandigheden gesteld die van dien aard zijn dat een uitzondering op de hoofdregel dat dergelijke afgeleide schade niet voor vergoeding in aanmerking komt, is gerechtvaardigd.
3.Bespreking van het principaal cassatieberoep
programmeerslag met creatieve stappennodig is om van het voorbereidend materiaal tot het computerprogramma te komen.
programmeerslag met creatieve keuzesmoet worden gemaakt om tot een computerprogramma te komen.
Softwarova-arrest [12] heeft het HvJEU voor het eerst prejudiciële vragen beantwoord over de (oude) Softwarerichtlijn. Volgens het arrest komt “voorbereidend materiaal” alleen voor bescherming in aanmerking wanneer de reproductie ervan tot het computerprogramma zelf kan leiden. Het ging daar over een GUI, een “grafische gebruikersinterface”. Het HvJEU overwoog:
Softwarova-zaak “voorbereidend materiaal” op aansprekende wijze met het scenario van een film:
Softwarovaen
SAS/WPL,vermeld in de betreffende voetnoten).
Softwarova-arrest en kwamen tot dit:
Softwarovawordt aangegeven dat het onder het richtlijnregime beschermde voorbereidend materiaal beperkt lijkt te zijn tot ontwerpmateriaal dat
als zodanig kan leiden tot de ontwikkeling van de software:
flow charts,diagrammen e.d.), mits dat kan leiden tot een computerprogramma, óók voor bescherming in aanmerking dient te komen. Het beschermde voorbereidend materiaal lijkt daarom beperkt te zijn tot (i) ontwerpmateriaal [21] (ii) dat als zodanig kan leiden tot de ontwikkeling van de software. [22]
executable code, in
assemblerof als hogere-generatietaal, embedded, als firmware) beschermd is, maar in wezen niet meer.”
Preparatory design material. Art. 1 does Pro, however, state that the term ‘computer programs’ shall include their preparatory design material. Recital 7 suggests that this is confined to ‘work leading to the development of a computer program provided that the nature of the preparatory work is such that a computer program can result from it at a later stage’. Preparatory design material thus covers ‘flow charts or descriptions of sequences of steps in plain language’ but does not cover ‘user manuals’ (Explanatory Memorandum to the Computer Programs Directive). This has been confirmed by the ECJ, which held that preparatory design work is capable of leading to the subsequent creation of a computer program falls within the scope of protection conferred by the Directive (BSA (ECJ)).”
Preparatory design material (yes if)
Entwurfsmaterialsgeschützt. Erfasst wird das Entwurfsmaterial zur Entwicklung von Computerprogrammen (Erwägungsgrund 7 Computerprogramm-Richtlinie) bzw. zu ihrer Vorbereitung (Art. 1 Abs Pro. 1 S. 2 Computerprogramm-Richtlinie). Die Art der vorbereitenden Leistung muss also die spätere Entstehung eines Computerprogramms nach sich ziehen können. Das entspricht weitgehend den Anforderungen der „Programmbeschreibung“ gem. § 1 (ii) WIPO-Musterdefinition, welche dort definiert wird als „eine vollständige prozedurale Darstellung in sprachlicher, schematischer oder anderer Form, deren Angaben ausreichend sind, um eine Folge von Befehlen festzulegen, die ein ihr entsprechendes Computerprogramm darstellen“ (dazu auch
MarlyUrheberrechtsschutz 110;
MarlyGRUR 2012, 773, 775).
Nur bedingt hilfreich ist der Hinweis des EuGH in diesem Kontext, dass „jede Ausdrucksform eines Computerprogramms ab dem Moment geschützt [sei], ab dem ihre Vervielfältigung die Vervielfältigung des Computerprogramms zur Folge hätte und auf diese Weise der Computer zur Ausführung seiner Funktion veranlasst werden könnte“ (EuGH CR 2011, 221 f. – BSA/Ministerstvo kultury; ähnlich EuGH GRUR 2012, 814, 815 Rn. 36 – SAS Institute; dazu auchMarlyGRUR 2011, 204, 207).
Pflichtenheftals Entwurfsmaterial und damit als Computerprogramm geschützt ist (so etwa
Lehmannin Lehmann Kap. I Rn. 5 Fn. 21; Fromm/Nordemann/
Vinck9. Aufl. § 69a Rn. 4;
Ohst25). Das Pflichtenheft ist aber – zumindest in seiner Reinform – nicht als Entwurfsmaterial i. S. v. § 69a Abs. 1 (so auch
Lesshaft/UlmerCR 1993, 607, 609; Mestmäcker/Schulze/
Haberstumpf§ 69a Rn. 7; Möhring/Nicolini/
Hoeren§ 69a Rn. 4; Fromm/Nordemann/
Czychowski§ 69a Rn. 24;
Karl84;
BartschCR 2012, 141, 142 m. w. N. zur Fachliteratur aus dem Bereich Softwareengineering), sondern allenfalls gem. § 2 Abs. 1 Nr. 1 und 7 als gewöhnliches Schriftwerk oder Darstellung wissenschaftlicher oder technischer Art geschützt; dabei scheidet eine schöpferische Leistung regelmäßig deshalb aus, weil die Beschreibung der zu lösenden Probleme oft rein sachbedingt ist (dazu näher § 2 Rn. 137 ff.; ebenso BGHZ 94, 276, 282 – Inkasso-Programm – zu § 2 Nr. 1 a. F.: Schutz bestenfalls als gewöhnliches Schriftwerk und nicht als Programm für die Datenverarbeitung; tendenziell auch OLG Köln CR 2005, 624, 625 f.). Die das Programm prägende intellektuelle Leistung steht im Stadium der Problemanalyse und Pflichtenhefterstellung in aller Regel gerade noch aus; das spätere Computerprogramm, erstmalig im Grobkonzept verkörpert, ist die Lösung der im Pflichtenheft aufgeworfenen Probleme (vgl. DIN 44300; insofern anders BGHZ 94, 276, 282 – Inkasso-Programm: Pflichtenheft enthalte den Lösungsweg bereits). Das Pflichtenheft umfasst laut DIN 69905 lediglich die „vom Auftragnehmer erarbeiteten Realisierungsvorgaben aufgrund der Umsetzung des vom Auftraggeber vorgegebenen Lastenhefts“. Daraus folgt zugleich, dass bei Pilotprojekten dem Kunden keine Rechte an dem später vom Hersteller entwickelten Programm zustehen, nur weil der Kunde die zu lösenden Probleme im
Lastenheftskizziert oder weil er bei der Erarbeitung des Pflichtenheftes mitgewirkt hat. Etwas anderes gilt nur, wenn im Pflichtenheft entgegen der reinen Lehre auch konkrete Lösungen aufgezeigt werden. Das Computerprogramm ist in diesem Sinne keine Bearbeitung des Pflichtenheftes und, wenn überhaupt, eine freie Bearbeitung i. S. v. § 24. Abzugrenzen sind Computerprogramme weiter von
Handbüchern,die ebenfalls nur als Schriftwerke i. S. v. § 2 Abs. 1 Nr. 1 geschützt sind (dazu Rn. 13; § 69g Rn. 3).“ (onderstreping A-G)
Softwarova-arrest nog niet is verwerkt):
Pflichtenheft, das so ausführlich sein muss, dass daraus ein Programm entwickelt werden kann), die Diagramme, der Quellcode („source“) und schließlich der Maschinenprogrammcode („object code“) im Sinne des Art. 10 Abs Pro. 1 TRIPS; dies entspricht auch Art. 4 WCT Pro, der einen Schutz für alle Computerprogramme vorsieht „unabhängig von der Art und Form ihres Ausdrucks“. Vorgaben in kaufmännischer oder betriebswirtschaflicher Hinsicht werden nicht als Entwurfsmaterial qualifiziert.
Softwarova, maar kennelijk gebaseerd op een als verouderd aan te merken BGH-uitspraak uit 1985 waaruit een ruimere opvatting van voorbereidend materiaal naar voren komt):
.Entwurfsmaterial
Softwarovaen
SAS/WPLen de considerans onder 7 van de Softwarerichtlijn lijkt mij een beperkte opvatting te volgen van voorbereidend materiaal: niet al het materiaal dat in het software-ontwikkelingsproces wordt vervaardigd is beschermd onder het richtlijnregime, maar alleen dat materiaal dat tot de
reproductievan een computerprogramma kan leiden. Ik zie dan ook geen aanleiding om hierover prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU, waarop onderdeel 1 van het middel lijkt aan te sturen [32] . Dit is een
acte éclairé.
Softwarova-conclusie met filmscenario’s valt te betogen dat de afzonderlijke scenes uit filmscenario’s geen voorbereidend materiaal zijn in de zin van de Softwarerichtlijn – ook al zijn er bij het opstellen daarvan beslist creatieve stappen gezet – maar alleen de uiteindelijke complete scenario’s, omdat die als het ware de uitdrukkingswijze van de uiteindelijke films zijn.
separate eisdat een computerprogramma – en dus ook voorbereidend materiaal – pas voor bescherming onder de Softwarerichtlijn in aanmerking komt als aan de werktoets is voldaan, dus bij
oorspronkelijkheid, dat wil zeggen dat sprake moet zijn van een eigen schepping van de maker [36] . Die kwestie is, als ik het goed zie, in onze cassatie evenwel niet aan de orde. Anders dan Forax c.s. bij s.t. onder 3.15 lijken te betogen, begrijp ik onderdeel 1 van het middel niet zo dat voor voorbereidend materiaal het oorspronkelijkheidsvereiste niet zou moeten gelden (zie ook Repliek onder 3, waar wordt bevestigd dat door DC c.s. niet is betoogd dat voor voorbereidend materiaal van computerprogramma’s geen oorspronkelijkheidsvereiste geldt).
programmeerslag met creatieve stappennodig is om van dat materiaal een computerprogramma te maken, geen sprake is van voorbereidend materiaal in de zin van de Softwarerichtlijn [37] . Hoewel de toevoeging “met creatieve stappen” in deze overweging naar ik meen strikt genomen overbodig is, heeft het hof door gebruik te maken van de term “programmeerslag” kennelijk bedoeld aan te geven dat nog stappen nodig zijn wil er voorbereidend materiaal zijn dat (als het ware min of meer rechtstreeks) tot een een computerprogramma kan leiden, of in andere woorden: waarbij er sprake is van reproduceerbaarheid.
eveneens onjuist, voor zover het hof hierin op het in rov. 6.5 verwoorde (in onderdeel 1.1 bestreden) uitgangspunt voortbouwt dat van voorbereidend materiaal dat (al) van dien aard is dat het later tot een computerprogramma kan leiden geen sprake is wanneer er nog een programmeerslag met creatieve stappen moet worden gemaakt om van het voorbereidend materiaal tot het computerprogramma te komen. Het hof miskent ook hier dat voorbereidend materiaal (…) waarbij nog een creatieve keuze moet worden gemaakt om tot een computerporgramma te komen eveneens onder het beschermingsbereik van de richtlijn valt”). Dit is een herhaling van zetten van onderdeel 1 en faalt op dezelfde gronden.
feitelijkaf dat nog een programmeerslag moet worden gemaakt voordat het DC-Functional Design 14.1 in een computerprogramma kan resulteren. De daartegenover geplaatste passages uit de appelstukken van DC c.s. komen erop neer dat de omzetting nog maar een kleine stap behelsde en het DC-Functional Design 14.1 een blauwdruk voor de software betreft. Kwestie van feitelijke waardering voorbehouden aan het hof lijkt mij, waarbij ik aanteken dat het hof de betreffende stellingen van DC c.s. niet over het hoofd heeft gezien, nu daar in rov. 6.6 uitdrukkelijk naar wordt verwezen.
complete administratie van DCC hebben ontvreemd en zich voor eigen gebruik hebben toegeëigend(onder meer bevattende software-specificaties, klantgegevens, handleidingen, procedurele beschrijvingen e.d.), onder verwijzing naar MvG 215-216, 222-223, 231-232, PA 9-10.
separate onrechtmatige daadjegens hen is aan te merken, waarbij wordt verwezen naar MvG 216, 223 en PA 6, 9.
subonderdeel 3.1lijkt mij terecht voorgedragen. Het hof is inderdaad niet ingegaan op de als essentieel aan te merken stellingen van DC c.s. dat Forax c.s. onrechtmatig jegens DC c.s. hebben gehandeld door de volledige administratie van DC c.s. mee naar huis te nemen (MvG 215-216, 222-223, 231-232 en PA 9-10). Het hof is in rov. 10.1 wel ingegaan op het “afhandig maken” van de DC-Specificaties/DC Customized Software en de klantgegevens betreffende de diplomaten. Die handelingen heeft het hof gebracht onder de noemer “oneerlijke concurrentie”. Maar ik zie niet dat is geoordeeld over het door DC c.s. gestelde
onrechtmatige toeëigeningdoor Forax c.s. van de volgens de Belgische gerechtsdeskundige [38] “gigantische hoeveelheid documenten” van DC c.s., zoals omschreven bij grieven onder 215. Daartoe behoren ook andere documenten dan de door het hof in rov. 10.1 genoemde gegevens [39] . Daarbij klaagt het onderdeel ook terecht dat het hof niet alleen had moeten toetsen – naar ik begrijp ook voor wat betreft de DC-Specificaties/DC Customized Software [40] en de klantgegevens betreffende de diplomaten – of er sprake was van oneerlijke concurrentie [41] , maar gelet op het daarop gerichte betoog bij grieven onder 217 ook had moeten beoordelen of er sprake was van een
commune onrechtmatige daadjegens hen door het afhandig maken van gegevens [42] .
subonderdeel 3.1ontbeert volgens mij feitelijke grondslag. Gelet op de bewoordingen van het petitum sub II [43] is daar de auteursrechtelijke inbreukvordering aan de orde in plaats van oneerlijke concurrentie. Althans is mede gelet op het ontbreken van een nadere toelichting op dit petitum niet onbegrijpelijk dat het hof deze vordering zo heeft begrepen. Aangezien het hof vaststelde dat van auteursrechtinbreuk geen sprake was (rov. 9.2), bestond er ook geen grond voor toewijzing van de daaraan gekoppelde vordering sub II tot afgifte van (auteursrecht)inbreukmakend materiaal.
onrechtmatig gebruik maken van het bedrijfsdebiet van DC c.s. door Forax c.s.(“oneerlijke concurrentie”) bestaande uit het schenden van een (bijzondere) betamelijkheidsnorm (MvG 217 en 245-257) door het gebruik maken van de gegevens van DC c.s. genoemd in de MvG 215, anders dan
zelfstandige en voldoende gemotiveerde betwisting van de kostenopgave van Forax c.s., omdat dit bedrag binnen de vermindering met € 105.850,- valt die is toegepast vanwege de gemengde grondslag. Uit de MvG van DC c.s. volgt immers duidelijk dat er twee aparte argumenten zijn gevoerd ter onderbouwing van de stelling dat de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling moet worden verlaagd (MvG 281). Dat is in de eerste plaats verlaging vanwege “dubbele kosten” (MvG 282-285) en in de tweede plaats wegens een gemengde grondslag (MvG 286-290). In dit geval betekent dat dat eerst beoordeeld moet worden of het totaalbedrag moet worden verlaagd wegens “dubbele kosten”, waarna vervolgens voor het overblijvende bedrag moet worden nagegaan of er nog dient te worden gecorrigeerd vanwege de niet IE-grondslag.
4.Bespreking van het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep
eerste en/of het tweede middel in het principaal cassatieberoep zou slagen. Nu ik onderdelen 1 en 2 niet zie opgaan, zou niet behoeven te worden toegekomen aan dit incidentele beroep. Indien Uw Raad hier wel aan toe zou komen, dan zou over het incidenteel beroep als volgt kunnen worden geoordeeld in mijn optiek.
alleen maar een functionele omschrijvingzou geven, zodat wat het hof het Functionaliteitsargument van Forax c.s. noemt, niet opgaat.
onder 2.2.4de rechtsklacht dat het hof ten onrechte heeft getoetst of het materiaal uitsluitend functioneel is. Deze toets is volgens de klacht onjuist of in ieder geval te beperkt. Voor het oordeel dat sprake is van een beschermbare uitdrukkingswijze als bedoeld in art. 1 lid 2 van Pro de Softwarerichtlijn dient vast te komen staan dat het materiaal in kwestie wél een concrete onder de Softwarerichtlijn beschermbare uitdrukkingswijze vormt. Het oordeel dat materiaal niet als louter functioneel kan worden aangemerkt krijgt slechts betekenis wanneer – tegelijkertijd – wordt vastgesteld dat het wél reproduceerbaar is, aldus deze klacht.
als voorbereidend materiaalonder de werkingssfeer van de Softwarerichtlijn valt. Rov. 6.4 behandelt volgens mij alleen de
voorvraagof er überhaupt van een beschermbare uitdrukkingswijze van een computerprogramma kan worden gesproken (zie ook de s.t. zijdens DC c.s. onder 52 en 57). Dit in het licht van het besproken
SAS/WPL-arrest punten 39, 40 en 46, waarin is geoordeeld dat de functionaliteit van een computerprogramma geen uitdrukkingswijze van het programma betreft (punt 39). Met andere woorden: wanneer het Functionaliteits-argument van Forax c.s. zou slagen (te weten dat het zou gaan om een louter functionele beschrijving), zou de vraag of er sprake is van onder de werkingssfeer van de Softwarerichtlijn vallend voorbereidend materiaal niet meer aan de orde hoeven komen. Het zijn twee te onderscheiden toetsen, zoals DC c.s. terecht aangeven bij s.t. onder 57.
onder 2.2.5 en 2.2.6bouwen voort op het hiervoor beschreven onjuiste uitgangspunt en stranden daarom ook.