ECLI:NL:PHR:2017:957
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late indiening na verstekverklaring in hoger beroep
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, welke straf later werd omgezet in een taakstraf van 160 uur. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in op 1 mei 2014. Het gerechtshof Den Haag verklaarde de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk in het hoger beroep op 26 februari 2016, met toepassing van artikel 416 lid 2 Sv Pro.
De appeldagvaarding werd op 4 januari 2016 persoonlijk aan de verdachte uitgereikt, waarin hij werd opgeroepen om op 26 februari 2016 te verschijnen. De verdachte stelde echter pas op 26 augustus 2016 cassatieberoep in, ruim na de wettelijk gestelde termijn van artikel 432 lid 1 onder Pro a Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk is. De steller van het middel voerde aan dat het hof ten onrechte het hoger beroep niet-ontvankelijk had verklaard zonder de geldigheid van de dagvaarding te onderzoeken, maar dit leidt niet tot ontvankelijkheid van het cassatieberoep dat te laat is ingesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.