ECLI:NL:PHR:2017:962
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij was veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen met lichamelijk letsel tot gevolg. De aanzegging van het cassatieberoep werd aanvankelijk niet afgeleverd op het oude adres van verdachte, maar later wel op het nieuwe adres, conform de regels van de basisregistratie personen (BRP).
Ondanks de geldige betekening heeft verdachte niet binnen de wettelijk gestelde termijn een schriftuur met middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan artikel 437, tweede lid, Sv, en kan verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad luidt daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. De zaak hangt samen met een andere zaak tegen een medeverdachte, waarin eveneens een arrest van de Hoge Raad is gewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.