ECLI:NL:PHR:2017:966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende bewijs kennis verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof had geoordeeld dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, mede omdat het besluit tot ongeldigverklaring per aangetekende en gewone brief naar het juiste adres was verzonden, en omdat verdachte wist dat hij een EMA-cursus moest volgen maar deze niet had afgerond.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijsvoering van het hof tekortschiet. Er is onduidelijkheid over het moment waarop de ongeldigverklaring van het rijbewijs in werking trad, mede doordat verschillende bewijsmiddelen tegenstrijdige data geven. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat verdachte redelijkerwijs op de hoogte was van de ongeldigverklaring, enkel het feit dat een brief retour kwam en dat verdachte wist van de EMA-cursus is onvoldoende.
Ook is niet bewezen dat na de ongeldigverklaring geen ander rijbewijs aan verdachte is verstrekt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.