ECLI:NL:PHR:2017:970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op horen van getuige in rijbewijszaak
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs. Het hof wees het voorwaardelijk verzoek af om de verbalisant die verdachte als bestuurder had herkend als getuige te horen. De verdediging betoogde dat dit verzoek noodzakelijk was omdat de herkenning van verdachte als bestuurder het enige bewijsmiddel was en twijfels bestonden over de wijze van herkenning.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie omtrent het recht op een eerlijk proces, met name artikel 6 lid 3 onder Pro d EVRM, waarin het recht van de verdachte is verankerd om getuigen te kunnen ondervragen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met het belang van het horen van de verbalisant, die een cruciale rol speelde in de bewijsvoering.
Het arrest verwijst naar de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder de zaak Blokhin, waarin is gesteld dat het ontbreken van de mogelijkheid om een getuige te ondervragen een schending kan opleveren van het recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad concludeert dat het recht van verdachte om de verbalisant te horen is geschonden, hetgeen leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op het horen van de verbalisant als getuige.