ECLI:NL:PHR:2017:981
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-naleving procesinleiding en advocaatsaanwijzing
Verzoekster heeft cassatieberoep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin zij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Vereniging van Eigenaars. Het cassatieberoep is echter niet ingediend via de voorgeschreven elektronische weg en zonder aanwijzing van een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 30c lid 1 Rv en art. 407 lid 3 Rv Pro.
De waarnemend griffier heeft verzoekster hierop gewezen en een hersteltermijn van twee weken gegeven, maar verzoekster heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Zij verzocht later alsnog om een advocaat te laten aanwijzen, wat niet mogelijk bleek. De Hoge Raad overwoog dat het cassatieberoep daardoor niet in behandeling kan worden genomen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep op grond van art. 80a RO. De zaak betreft een procesrechtelijke beslissing over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de vereiste procesinleiding en advocaatsaanwijzing.