Conclusie
1.Feiten en procesverloop
- i) Eiseres tot cassatie (hierna: eiseres) is in december 1994 op twaalfjarige leeftijd aangereden door een auto. De WAM-verzekeraar van de bestuurder van de auto (hierna: de verzekeraar) heeft aansprakelijkheid voor de aanrijding erkend. Bij het ongeval brak eiseres haar linkerenkel. Het linker onderbeen werd in het gips gezet.
- ii) Een maand later, in januari 1995, is eiseres lopend op het ijs ten val gekomen. Daarbij raakte de patellapees van haar linkerknie – de pees tussen de dijbeenspier en de knieschijf – gescheurd. Eiseres is daaraan geopereerd. Ook van dit letsel wordt aangenomen dat het in causaal verband met genoemd verkeersongeval staat.
- iii) Al vóór het ongeval was eiseres onder behandeling van de orthopedisch chirurg [betrokkene 1] wegens klachten in verband met skeletafwijkingen, te weten beenlengteverschil, bekkenscheefstand, scoliose (S-stand van de ruggengraat van de voor- of achterzijde van het lichaam gezien) en gibbus (verkromming van de ruggengraat).
- iv) Vanaf 1995 heeft verweerder in cassatie (hierna: verweerder) als advocaat aan eiseres bijstand verleend bij het verkrijgen van een schadevergoeding. Verweerder heeft daartoe onderhandelingen gevoerd met de door de verzekeraar ingeschakelde schade-afwikkelaar Schadetax. Daarbij liet verweerder zich op medisch vlak adviseren eerst door de medisch adviseur [betrokkene 2] en later door de medisch adviseur [betrokkene 3]. Eind 1998 en begin 1999 wordt een vaststellingsovereenkomst getekend door eiseres respectievelijk verzekeraar (productie 4 bij de dagvaarding in eerste aanleg). Er is een schadevergoeding afgesproken ten bedrage van f. 6.050,- tegen finale kwijting. In de vaststellingsovereenkomst is geen voorbehoud opgenomen met het oog op schade die eiseres nog later als gevolg van het ongeval eind 1994 zou kunnen leiden.
- v) Vanaf 2008 heeft eiseres, zo stelt zij, gaandeweg meer last van haar linkerenkel maar vooral van haar linkerknie ondervonden en heeft zij haar toenmalige beroep niet meer als tot dan toe kunnen uitoefenen. Zij stelt daardoor schade te hebben geleden, waarvoor zij de verzekeraar niet kan aanspreken, omdat in de met deze gesloten vaststellingsovereenkomst geen voorbehoud is opgenomen voor eventueel later optredende schade als gevolg van het ongeval van eind 1994.
“Uit het voorgaande volgt dat bij gebreke van causaal verband tussen het letsel van[eiseres]
, opgelopen in december 1994 en januari 1995, en de huidige klachten, niet meer relevant is of [verweerder] een beroepsfout – in alle door[eiseres]
gestelde verschijningsvormen – heeft gemaakt, zodat de vordering wordt afgewezen.”
dient – cumulatief – vast komen te staan:
dat[verweerder]
een beroepsfout heeft gemaakt door niet aan te sturen op een overeenkomst waarin een voorbehoud was opgenomen en door (de ouders van)[eiseres]
ook niet in die zin te adviseren;
dat er een oorzakelijk verband valt aan te wijzen tussen de wijze waarop[verweerder]
destijds heeft gehandeld en het feit dat er geen –[lees: een] -
voorbehoudsloze overeenkomst tot stand is gekomen;
dat de thans optredende beperkingen geheel of voor een deel zijn te herleiden tot het in 1994/1995 opgelopen letsel.”
is op medisch gebied een leek
heeft zich laten voorlichten door medisch deskundigen
de deskundigheid van [betrokkene 2] in twijfel diende te trekken
had opgelopen bij de aanrijding in 1994 of de val op het ijs in 1995 op langere termijn zou kunnen leiden tot de ontwikkeling van (uitgebreide) klachten.
omtrent toekomstige schade niet aannemelijk is geworden, ofwel dat de verwijten als zodanig niet terecht zijn voorgedragen (bijvoorbeeld: het verwijt dat[verweerder]
rekening had moeten houden met mogelijke gebreken in de toekomst).
in de kosten van het hoge beroep.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“Bij onderzoek zie ik echter fase afwijkingen die zeker in de toekomst grote gevolgen zullen hebben.”
“b) Bij onderzoek zie ik echter fase afwijkingen die zeker in de toekomst grote gevolgen hebben.”Een en ander betekent dat de klacht dat het hof de twee hiervoor in 2.2 genoemde feiten niet, althans niet kenbaar, in zijn beoordeling heeft betrokken, feitelijke grondslag mist.
( [1] ), voor de beoordeling van de vorderingen van eiseres hierin gelegen dat zij bij verweerder als niet medicus vóór het afsluiten van de vaststellingsovereenkomst de mening hebben kunnen doen post vatten dat niet te verwachten was dat het door eiseres bij de ongevallen in december 1994 en januari 1995 opgelopen letsel in de toekomst nog tot schade bij eiseres zou leiden. Het hof heeft aan de brieven deze betekenis kunnen toekennen.