ECLI:NL:PHR:2017:996
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 november 2015 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 57.950 aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is op 22 april 2016 betekend. De termijn van twee maanden, zoals gesteld in artikel 437, tweede lid, liep af op 21 juni 2016. Gedurende deze termijn heeft de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Daarom kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.