Conclusie
1.Feiten en procesverloop
tot het registergoed behoorden’, en wat de hoogte is van de daardoor door hem geleden schade (rov. 4.12).
bestanddeel’van het registergoed waren.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“Hetgeen na het tijdstip van gunning heeft plaatsgevonden (...) krachtens de overeenkomst en daarop van toepassing zijnde voorwaarden voor risico van [eiser] (is)”.Geklaagd wordt dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Daartoe wordt aangevoerd dat art. 19 lid 1 AVVI Pro 2013 (“Het registergoed is voor risico van de Koper vanaf het moment dat de Gunning hem is meegedeeld”) niet zo ver gaat dat de koper zou hebben te dulden dat delen van het verkochte vanaf het moment van de gunning door de eigenaar van het verkochte worden gesloopt en/of weggenomen. De geëxecuteerde houdt de verplichting het verkochte goed ook na de openbare verkoop en het moment van gunning goed te beheren. Dezelfde verplichting geldt voor de executerende bank, althans, voor zover de geëxecuteerde zich niet aan deze verplichting houdt, is zulks aan de Banken toe te rekenen, aldus steeds de klacht. In de schriftelijke toelichting wordt in dit verband verwezen naar art. 506, leden 1 en 2 Rv.
terwijl deze bestanddeel daarvan waren.” De klacht luidt dat het hof dit laatste deel van het probandum ten onrechte heeft opgedragen, omdat het een rechtsoordeel betreft.
feiten en omstandighedendie
het oordeel kunnen dragendat de stelcon platen bestanddeel van het registergoed waren. Dit blijkt mijns inziens ook uit de bewoordingen in rov. 7.7 van het eindarrest, waarin onder meer wordt overwogen dat het hof niet kan komen tot het oordeel dat sprake is van een onvoltooide hoofdzaak bij gebreke van nadere
door [eiser] aan te reiken gegevens.
eerstewordt, zo begrijp ik, opgekomen tegen de overweging dat “
uit niets blijkt dat de stelcon platen specifiek zijn gemaakt voor het registergoed”. Volgens de klacht is dat voor de vraag of de platen volgens verkeersopvattingen onderdeel van een zaak uitmaken, een irrelevant gegeven.
tweedeplaats neemt onderdeel III tot uitgangspunt dat bestanddeel van een zaak is al hetgeen volgens verkeersopvatting een wezenlijk onderdeel van een zaak uitmaakt, waarbij als nader criterium heeft te gelden of de zaak zonder dit bestanddeel ‘incompleet’ is. Het onderdeel wijst erop dat tot het verkochte behoren een ‘kweekveld’ en ‘containervelden’. Betoogd wordt dat dergelijke velden alleen compleet zijn en als zodanig kunnen worden gebruikt, indien deze verhard zijn. Deze verharding maakt derhalve volgens verkeersopvattingen een wezenlijk onderdeel van de zaak uit, hetgeen het hof zou hebben miskend. Anders dan het hof heeft overwogen, kan door de afwezigheid van de stelcon platen niet meer worden gezegd dat het registergoed mede een ‘kweekveld’ en ‘containervelden’ omvatte, aldus onderdeel III.
onvoltooidmoet worden beschouwd in de zin dat de hoofdzaak dan niet geschikt is te beantwoorden aan haar bestemming. Het heeft vervolgens (vanaf “De Banken hebben [eiser] tijdens zijn getuigenverhoor foto’s getoond ...”) onderzocht of het kweekveld en/of de containervelden door het ontbreken van de stelcon platen onvoltooid waren. Het heeft dus niet miskend dat voor bestanddeelvorming bepalend kan zijn of de hoofdzaak zonder het beweerdelijke bestanddeel onvoltooid ofwel – in de woorden van het middel – incompleet is.
verhardbehoort te zijn. Hij stelde:
enigevorm van verharding c.q. afdekking van de ondergrond behoeft (zoals folie of beton) om als zodanig te kunnen functioneren [13] en dat, nu de door hem gekochte kweek- en containervelden in concreto waren afgedekt met stelcon platen, deze velden na het verwijderen van die platen niet meer aan hun bestemming beantwoordden. Het hof acht echter het opgedragen bewijs dat de onderhavige stelcon platen bestanddeel uitmaakten van het kweekveld en/of de containervelden niet geleverd op de grond – kort gezegd – dat ( [eiser] als getuige heeft bevestigd dat) kweek- of containervelden ook op andere wijze kunnen worden verhard c.q. afgedekt. Ik acht dat oordeel zonder nadere toelichting niet begrijpelijk. Niet valt in te zien dat de enkele omstandigheid dat kweek- en containervelden in het algemeen op verschillende wijzen kunnen worden verhard c.q. afgedekt, meebrengt dat de verwijdering van stelcon platen in het concrete geval niet tot gevolg heeft dat het betreffende kweek- of containerveld als onvoltooid moet worden beschouwd. Ik trek de vergelijking met de vraag of in een concreet geval een gasgestookte CV-installatie als bestanddeel van een huis kwalificeert. Niemand zal die vraag ontkennend beantwoorden op de enkele grond dat huizen ook met een warmtepomp kunnen worden verwarmd. Het gaat immers om de
functievan het concrete bestanddeel in relatie tot de concrete hoofdzaak.
ten derdedat het hof uitgaat van een onbegrijpelijke lezing van de geciteerde omschrijving van het geveilde goed. Daartoe wordt aangevoerd dat het bijvoeglijk naamwoord “verhard” evident ook op de zelfstandige naamwoorden “kweekveld” en “containervelden” slaat.
onderdeel IVdoel treft.