Conclusie
advocaat mr. S.M. Kingma
1.Feiten
2.Procesverloop
primaire vorderingenluidden als volgt:
subsidiaire vorderingenvan [verzoeker] strekten er na wijziging van eis toe dat de kantonrechter:
meer subsidiairevorderingen van [verzoeker] strekten er na wijziging van eis toe dat de kantonrechter:
3.Bespreking van het cassatiemiddel
magin zijn hoger beroep tegen de deeluitspraak ook grieven aanvoeren tegen het gedeelte dat als tussenuitspraak is aan te merken, maar hij kan daarmee ook wachten tot op het desbetreffende gedeelde van het gevorderde einduitspraak is gedaan. [3]
verzuimd heeft te motiveren waarom het oordeel van de kantonrechter onjuist zou zijn’. Dat klopt: in dat appel (gericht tegen het deelvonnis) heeft [verzoeker] dit punt niet ter toetsing willen voorleggen en daartegen ook geen grief gericht. [verzoeker] wordt hier
gesandwicheddoor het hof: in het eerste arrest krijgt hij tegengeworpen dat hij ‘kennelijk’ tegen iets grieft maar verzuimd heeft dat toe te lichten, en in het tweede arrest krijgt hij tegengeworpen dat hij geen grief meer kan aanvoeren omdat hij dat al eerder heeft gedaan. Dit leidt er dan toe dat zijn belangrijkste inhoudelijke argument in de onderhavige procedure, dat zijn arbeidsovereenkomst met Vrije Academia na 1 februari 2012 stilzwijgend is verlengd, in het geheel niet beoordeeld is door het hof. Daarmee is geen recht gedaan aan zijn stellingen in hoger beroep.
dictumvan het eerste hofarrest is vast te stellen dat dat niet het geval is. In dit dictum is (i) het deelvonnis van 7 november 2014 bekrachtigd en (ii) Vrije Academia veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 918,60 met wettelijke verhoging en rente, in verband met niet-uitbetaalde vakantiebijslag over de periode 1 juni 2011 tot en met 31 januari 2012. In het bekrachtigde deelvonnis was slechts beslist op de vordering sub (b) van de primaire vorderingen van [verzoeker], namelijk betaling door Vrije Academia van achterstallig loon over de periode 1 februari 2010 tot en met 1 februari 2012. Over het gedeelte van de primaire vorderingen van [verzoeker] dat zag op een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was verlengd na 1 februari 2012 (de vordering sub (a)), was niets opgenomen in het dictum van het deelvonnis. Dit betekent dat het dictum van het eerste hofarrest geen beslissing bevat over het al dan niet stilzwijgend verlengd zijn van de arbeidsovereenkomst na 1 februari 2012.
eindbeslissingdie de uiteindelijke beslissing (in het dictum) mede draagt. [8] Aan beslissingen die het dictum niet dragen, komt dus geen gezag van gewijsde toe. Dit betekent dat overwegingen ten overvloede geen gezag van gewijsde hebben. Verder heeft te gelden dat sprake moet zijn van een
inhoudelijke beslissing, zo volgt uit HR 19 november 1993: [9]
na1 februari 2012 (toch) te beslissen, blijkt niet uit de overwegingen en zou bovendien niet aansluiten bij de in die procedure ingestelde vorderingen van [verzoeker]. Bovendien heeft het hof ook niets inhoudelijks overwogen over de verlenging van de arbeidsovereenkomst na 1 februari 2012. Volstaan is met de overweging dat [verzoeker] verzuimd heeft te motiveren waarom het oordeel van de kantonrechter onjuist is, “
zodat ook het hof er van uitgaat dat voor de periode na 1 februari 2012 geen stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst tussen Vrije Academia en [verzoeker] heeft plaatsgehad”. Ik kan dit niet zien als een inhoudelijke beslissing over de kwestie van de mogelijke verlenging van de arbeidsovereenkomst, temeer nu, zoals gezegd, [verzoeker] dat punt bewust buiten de eerste appelprocedure had gehouden en op dit punt geen grief had geformuleerd tegen het deelvonnis.