Betrokkene, een rechter bij de Rechtbank Noord-Holland, raakte in november 2013 volledig arbeidsongeschikt door een ongeval. Na een re-integratieperiode hervatte zij haar werkzaamheden voor 24 uur per week, inclusief compensatieverlof, terwijl haar oorspronkelijke aanstelling 28,8 uur per week bedroeg.
Op verzoek van de president van de Rechtbank Noord-Holland werd door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot gedeeltelijk ontslag en herplaatsing van betrokkene. Een arbeidskundig onderzoek concludeerde dat betrokkene maximaal 21,6 uur per week werkzaam kan zijn in haar eigen functie, en herplaatsing in een andere functie geen verbetering zou opleveren.
De Hoge Raad oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor herplaatsing en gedeeltelijk ontslag wegens ziekte is voldaan. Betrokkene wordt herplaatst voor 21,6 uur per week en ontslagen voor de resterende 7,2 uur, met ingang van 1 december 2018. Betrokkene heeft haar zienswijze kenbaar gemaakt en erkent de onmogelijkheid tot uitbreiding van haar werktijd. De beslissing is gebaseerd op artikel 46k lid 1 en lid 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.