ECLI:NL:PHR:2018:1229

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2018
Publicatiedatum
2 november 2018
Zaaknummer
17/03274
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking niet-ontvankelijkheid klaagschrift beslag na sepot

De rechtbank Den Haag verklaarde klaagster niet-ontvankelijk in haar klaagschrift gericht tegen de opheffing van beslag op een broek, omdat het klaagschrift te laat was ingediend na een sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie wegens onvoldoende bewijs.

Klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat sprake was van een vervolgde zaak zoals bedoeld in artikel 552a lid 3 Sv, terwijl bij een sepot zonder rechterlijke betrokkenheid artikel 552a lid 4 Sv van toepassing is, waardoor een langere termijn geldt voor het indienen van het klaagschrift.

De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling van het klaagschrift binnen de juiste termijn.

Deze uitspraak verduidelijkt de toepasselijkheid van de termijnen voor het indienen van beklag na een sepot en benadrukt het belang van correcte rechtsopvattingen bij ontvankelijkheidsbeslissingen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbehandeling van het klaagschrift binnen de juiste termijn.

Conclusie

Nr. 17/03274 B
Zitting: 6 november 2018
Mr. G. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster]
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 7 februari 2017 de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het namens haar ingediende klaagschrift, strekkende tot opheffing van het beslag op en teruggave aan haar van een onder haar inbeslaggenomen broek.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster en mr. C.M. Emeis, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1. Het middel klaagt dat de rechtbank de klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar beklag.
3.2. De bestreden beschikking houdt in:
“De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in haar beklag.
De raadsman merkt op dat hij bij het opstellen van zijn klaagschrift is uitgegaan van de termijn in artikel 552a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
(…)
Ontvankelijkheid van het verzoek
Artikel 552a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een klaagschrift binnen drie maanden nadat de (reeds) vervolgde zaak tot een einde is gekomen ter griffie ingediend moet zijn.
Klaagster is op 14 juni 2016 door middel van een brief op de hoogte gesteld van de beslissing van de officier van justitie om de zaak te seponeren in verband met onvoldoende bewijs. Nu het onderhavige klaagschrift pas op 3 oktober 2016 ter griffie is ingediend, stelt de rechtbank vast dat dit klaagschrift meer dan drie maanden nadat de sepotbeslissing is genomen, is ingediend. Daarom kan klaagster niet worden ontvangen in haar beklag.
3.3. Van een vervolgde zaak in de zin van art. 552a lid 3 Sv is geen sprake wanneer een zaak, zonder dat een rechter in de zaak betrokken is, met een sepot is geëindigd. In een dergelijk geval is sprake van een situatie waarin geen vervolging is ingesteld zoals bedoeld in art. 552a lid 4 Sv, zodat een klaagschrift uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming daarvan moet zijn ingediend. [1] Het oordeel van de rechtbank dat, gelet op de sepotbeslissing, sprake is van een vervolgde zaak die tot een einde is gekomen, geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel klaagt terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de klaagster op grond van art. 552a lid 3 Sv niet-ontvankelijk is in het ingediende klaagschrift.
3.4. Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. o.a. HR 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9406, NJ 2008/250.