Conclusie
middelkomt op tegen de motivering van de bewezenverklaring.
Parket bij de Hoge Raad
Op 20 oktober 2015 reed de verdachte met een landbouwtrekker met aanhangwagen op de Rijksweg N271, een autoweg waar landbouwverkeer verboden is. De aanhangwagen was niet voorzien van de wettelijk verplichte markeringslichten en retroreflector, en de zwaailichten van de trekker werden door de aanhangwagen afgeschermd en waren niet zichtbaar. Het was donker en de maximale snelheid op die weg was 100 km/u, terwijl de trekker slechts 35-40 km/u reed.
Een personenauto reed achterop de aanhangwagen en de bestuurder van die auto overleed ter plaatse. Het hof oordeelde dat de verdachte door zijn onvoorzichtige rijgedrag gevaar op de weg had veroorzaakt in de zin van artikel 5 WVW Pro 1994. De verdediging voerde aan dat het rijgedrag niet gevaarscheppend was en dat het voertuig goed zichtbaar was, maar het hof verwierp dit verweer met een uitgebreide motivering.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal bevestigt dat het hof voldoende en juiste motieven heeft gegeven voor de bewezenverklaring en dat het verweer niet slaagt. De straf bestond uit een taakstraf, een voorwaardelijke rijontzegging en subsidiair hechtenis. De vordering tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf, voorwaardelijke rijontzegging en subsidiaire hechtenis wegens veroorzaken gevaar op de weg met landbouwvoertuig op autoweg.