Conclusie
datde door het hof daarvoor genoemde redengeving onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd is.
Parket bij de Hoge Raad
De moeder verzocht de beëindiging van de uithuisplaatsing van haar dochter en vroeg tevens om nader deskundigenonderzoek naar haar opvoedingsmogelijkheden en die van haar nieuwe partner. De rechtbank Noord-Nederland wees dit verzoek bij beschikking van 22 december 2017 af, en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigde deze beslissing op 22 mei 2018.
De moeder stelde cassatieberoep in tegen deze afwijzingen. Zij klaagde onder meer dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met gewijzigde omstandigheden, zoals de verandering van het pleeggezin en haar stabiele relatie met een nieuwe partner. Het hof oordeelde echter dat er geen nieuwe relevante omstandigheden waren die een beëindiging van de uithuisplaatsing rechtvaardigden.
Daarnaast klaagde de moeder dat het hof ten onrechte het verzoek tot nader deskundigenonderzoek had afgewezen. Het hof motiveerde dat toewijzing van dit verzoek in strijd zou zijn met het belang van de dochter, zoals bedoeld in art. 810a lid 2 Rv. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten geen grond voor cassatie boden en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder werd niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing en het verzoek om deskundigenonderzoek werden afgewezen.