Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezenverklaarde ten onrechte meerdaadse samenloop (art. 57 Sr Pro) en niet eendaadse samenloop (art. 55, eerste lid, Sr) heeft toegepast.
medein aanmerking genomen de bewezenverklaarde overtreding van de Wet wapens en munitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden op zijn plaats [acht].”. De zinsnede over de overtreding van de Wet wapens en munitie is kennelijk bedoeld om te onderstrepen dat het hier gaat om de voorbereiding van een plofkraak waarbij de verdachte een geprepareerd ontstekingsmechanisme voorhanden heeft gehad. Uit het gebruik van het woord ‘mede’ valt af te leiden dat het hof niet alleen deze omstandigheid heeft meegewogen.
tweede middelklaagt dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ontoereikend is gemotiveerd. Volgens de steller van het middel sluit de overweging van het hof dat “In de praktijk (…) voor een voltooide plofkaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaar opgelegd [wordt]” niet aan bij (een analyse van) recente jurisprudentie.