Conclusie
‘opzettelijke uitlokking van moord’veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van voorarrest. Bovendien heeft het hof (toewijzende) beslissingen genomen op de vorderingen van twee benadeelde partijen, zoals vermeld in het arrest.
eerste middelklaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte [betrokkene 1] heeft gedreigd
haarte doden (zoals het hof heeft bewezen verklaard). “
Bewijsmiddel 9 houdt weliswaar in dat [betrokkene 1] werd meegedeeld dat misschien zij haar kinderen niet meer zou zien, maar daaruit is niet af te leiden dat dit door het doden van [betrokkene 1] zou worden veroorzaakt. Uit de directe context van deze mededeling volgt hooguit dat kennelijk de kinderen het met hun leven zouden moeten bekopen”, aldus (de toelichting op) het middel.
[betrokkene 1] op 1 februari 2013 te Vlaardingen, opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [betrokkene 2] van het leven heeft beroofd,immers heeft [betrokkene 1] opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen een of meer kogels in/door het hoofd van die [betrokkene 2] geschoten, ten gevolge waarvan voornoemde [betrokkene 2] is overleden,welk feit hij, verdachte omstreeks de periode van 15 januari 2013 tot en met 1 februari 2013 te Vlaardingen, door geweld en bedreiging en door het verschaffen van middelen en inlichtingen, opzettelijk heeft uitgelokt door
anderendan de bedreigde, wil ik aannemen dat met deze woorden in gangbaar taalgebruik wordt gedoeld op de dood van de bedreigde zelf, in dit geval dus [betrokkene 1] . Ik ga ervan uit dat ook het hof deze passage aldus heeft opgevat.
Een paar dagen heeft hij gezegd: als je het nu niet doet, vermoord ik je kinderen. Hij ging weer door met mij te mishandelen. Hij zei die vrijdag: kijk goed naar je kinderen, misschien zie je ze niet meer, misschien is het de laatste keer dat je ze ziet. Die vrijdag voor mij was het de laatste druppel. Ik keek naar mijn dochter en zag alleen maar mijn kinderen voor me.”
anderonderdeel van de bewezenverklaring, namelijk:
“dreigen om een of meer familieleden van [betrokkene 1] iets aan te doen, indien [betrokkene 1] weigerde om [betrokkene 2] om het leven te brengen”. Ik lees in deze passage echter niet dat de verdachte heeft gedreigd [betrokkene 1] zelf van het leven te beroven. De klacht dat een onderdeel van de bewezenverklaring niet wordt geschraagd door bewijsmiddelen komt mij dus gegrond voor.
tweede middelklaagt over de onbegrijpelijkheid van een bewijsoverweging.
Het hof acht deze verklaring van [betrokkene 3] aannemelijk, nu uit het tapgesprek tussen de nicht van de mededader ( [betrokkene 4] ) en [betrokkene 3] , dat plaatsvindt nadat [betrokkene 3] zijn verklaring tegen de politie heeft afgelegd (uitwerking gesprek pagina 347), nergens blijkt dat die verklaring vooraf door de familie [van betrokkene 1] is ingegeven.” [5]
Dat uit een tapgesprek tussen getuige [betrokkene 3] en een familielid van hem niet blijkt dat [betrokkene 3] ’ verklaring vooraf door de familie [van betrokkene 1] is ingegeven, is nietszeggend voor het oordeel dat om die reden die verklaring aannemelijk is.”