Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de Mercedes verbeurd zal verklaren, onbegrijpelijk is althans ontoereikend is gemotiveerd. Het
tweede middelbevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het beklag zover dat zich richt tegen de inbeslagname op grond van art. 94a Sv. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
omgezetnaar een conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv en daardoor het beslag op grond van art. 94 Sv Pro is beëindigd. [1] Tot slot kan nog worden vermeld dat uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij de Dienst Domeinen is gebleken dat de Mercedes op 12 december 2016 is verkocht voor een bedrag van €1356,-, waarop thans nog conservatoir beslag rust.