ECLI:NL:PHR:2018:188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging uitlokking en voorbereiding medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot uitlokking en voorbereiding van medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad. Het misdrijf betrof het uitlokken van een ander om een vrouw te injecteren met een combinatie van insuline en cocaïne.
Het bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, waaronder betrokkenen en de verdachte zelf, diverse processen-verbaal, en een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut over de effecten van insuline-injecties. De verklaringen toonden aan dat de verdachte geld gaf, informatie verstrekte over het slachtoffer en middelen leverde voor het misdrijf.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet de initiatiefnemer was en dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat hij de uitlokking heeft gepleegd. Ook werd aangevoerd dat het hof niet duidelijk had gemaakt dat art. 55 lid 1 Sr Pro was toegepast bij de kwalificatie van de feiten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om de motieven van bewijswaardering te geven zoals bedoeld in art. 359 lid 2 Sv Pro, en dat het hof de meervoudige kwalificatie en toepassing van de zwaarste strafbepaling correct had toegepast. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 48 maanden gevangenisstraf voor poging tot uitlokking en voorbereiding van medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad.