ECLI:NL:PHR:2018:198

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
13 maart 2018
Zaaknummer
17/04905
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 98 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen fictieve beschikking rechtbank

In deze zaak heeft de klager bij de rechtbank Den Haag een klaagschrift ingediend op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft echter nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift te beslissen, waardoor een fictief besluit tot ongegrondverklaring is ontstaan.

Namens klager is vervolgens een cassatieberoep ingesteld tegen deze fictieve beschikking. De Hoge Raad overweegt dat het stelsel van rechtsmiddelen gesloten is en dat tegen het uitblijven van een beschikking door de rechtbank geen beroep in cassatie openstaat.

Daarom wordt de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde cassatieberoep. Dit arrest bevestigt de grenzen van het cassatierecht en verduidelijkt dat het ontbreken van een beslissing door de rechtbank niet kan worden bestreden via cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen het uitblijven van een beschikking geen beroep in cassatie openstaat.

Conclusie

Nr. 17/04905 Bv
Zitting: 13 februari 2018
Mr. P. Vegter
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Namens klager heeft mr. C.N.M. Dekker op 11 augustus 2017 een klaagschrift op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a, Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag. Blijkens de ‘akte instellen beroep in cassatie’ heeft voornoemd gerecht nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift, conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv, te beslissen.
Namens klager hebben mr. C.N.M. Dekker en mr. P.H.L.M. Souren, beiden advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelhoudt in dat de rechtbank Den Haag een fictief besluit tot ongegrondverklaring van het klaagschrift heeft genomen omdat het heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv te beslissen.
Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen kan tegen het uitblijven van een beschikking geen beroep in cassatie worden ingesteld.
Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG