ECLI:NL:PHR:2018:218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte toepassing waarderingsvrijstelling waterverdedigingswerken WOZ
Belanghebbende, eigenaar van een woning en bijbehorende gebouwen op een perceel te [Z], betwistte de vastgestelde WOZ-waarden voor 2014 en 2015, stellende dat een groter deel van zijn onroerende zaak onder de waarderingsvrijstelling voor waterverdedigingswerken viel. Hij beriep zich op de kernzone, binnenbeschermingszone en buitenbeschermingszone van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het Hof de vrijstelling slechts toepaste op de kernzone, kwam belanghebbende in cassatie. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat alleen het dijklichaam zelf, zoals omschreven in de Uitvoeringsregeling, valt onder de vrijstelling. De omringende beschermingszones zijn geen waterverdedigingswerk in de zin van de regeling.
De Hoge Raad benadrukte dat het vereiste van 'beheer' inhoudt dat de publiekrechtelijke rechtspersoon daadwerkelijk zorg besteedt aan regelgeving, handhaving, onderhoud en verbetering van het waterverdedigingswerk. Belanghebbende droeg de bewijslast dat het beheer ook buiten de kernzone plaatsvond, hetgeen niet aannemelijk was gemaakt.
De bewijswaardering van het Hof, waaronder het gebruik van e-mailcorrespondentie met het waterschap, werd niet door de Hoge Raad bekritiseerd. De conclusie was dat het cassatieberoep ongegrond is en de uitspraak van het Hof bevestigd dient te worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat alleen het dijklichaam zelf onder de waarderingsvrijstelling valt.