ECLI:NL:PHR:2018:227

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
20 maart 2018
Zaaknummer
17/00652
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen door verdachte

De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens meerdere ernstige feiten, waaronder diefstal met geweld, afpersing, medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van gijzeling. Tevens zijn schadevergoedingen toegewezen en onttrekking aan het verkeer van vuurwapens gelast.

Het cassatieberoep is ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn, ondanks aanzegging. Hierdoor kan de Hoge Raad de verdachte niet in zijn cassatieberoep ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is tevens samenhang met een zaak tegen een medeverdachte, maar deze is niet inhoudelijk behandeld in dit arrest.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 17/00652
Zitting: 30 januari 2018
Mr. B.F. Keulen
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 februari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens (1) ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (2) ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (3) ‘medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd’; (4) ‘medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren, met aftrek als omschreven in artikel 27 Sr Pro. Voorts zijn twee vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en is de onttrekking aan het verkeer gelast van twee vuurwapens.
Er bestaat samenhang met de zaak 17/02211 tegen de medeverdachte [medeverdachte]. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 15 mei 2017 in persoon aan de verdachte betekend. Zoals door de raadsman van de verdachte kenbaar is gemaakt bij brief van 13 juli 2017, is er geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG