ECLI:NL:PHR:2018:227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen door verdachte
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens meerdere ernstige feiten, waaronder diefstal met geweld, afpersing, medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van gijzeling. Tevens zijn schadevergoedingen toegewezen en onttrekking aan het verkeer van vuurwapens gelast.
Het cassatieberoep is ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn, ondanks aanzegging. Hierdoor kan de Hoge Raad de verdachte niet in zijn cassatieberoep ontvangen op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is tevens samenhang met een zaak tegen een medeverdachte, maar deze is niet inhoudelijk behandeld in dit arrest.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.