ECLI:NL:PHR:2018:239
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling rechtspersoon voor overtredingen Opiumwet en gewoontewitwassen zonder strafoplegging
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 3 november 2016 een rechtspersoon veroordeeld wegens verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Hoewel de veroordeling werd uitgesproken, werd aan de rechtspersoon geen straf of maatregel opgelegd. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken tegen verschillende rechtspersonen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft op 6 februari 2018 geconcludeerd over het cassatieberoep dat door de advocaat van de verdachte rechtspersoon was ingesteld. Vijf middelen van cassatie werden voorgesteld, waaronder bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, overmacht-noodtoestand, gewoontewitwassen en de bewijskracht omtrent deelneming aan een criminele organisatie.
Na zorgvuldige bestudering van de zaak heeft de Procureur-Generaal geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang bij het beroep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van de rechtspersoon bleef in stand zonder strafoplegging.