ECLI:NL:PHR:2018:240

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2018
Publicatiedatum
27 maart 2018
Zaaknummer
17/00709
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Arrest Hoge Raad over feitelijk leidinggeven aan Opiumwet-overtredingen, gewoontewitwassen en criminele organisatie

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan verschillende overtredingen van de Opiumwet, feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Hoewel het hof geen straf of maatregel oplegde, werd de schuld vastgesteld. De zaak is verbonden met meerdere andere zaken die dezelfde feiten betreffen.

De verdachte stelde vijf cassatiemiddelen voor, waaronder bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, het beroep op overmacht-noodtoestand, de kwalificatie van gewoontewitwassen en de bewijskracht voor deelneming aan een criminele organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de klachten onvoldoende belang hebben of niet tot cassatie kunnen leiden.

Hiermee bevestigde de Hoge Raad de eerdere beoordeling van het hof en de ontvankelijkheid van het OM. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van cassatiemiddelen en bevestigt de juridische kwalificaties en bewijswaardering van het hof in complexe strafzaken met betrekking tot drugshandel en witwassen.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan drugsovertredingen en witwassen zonder strafoplegging.

Conclusie

Nr. 17/00709
Zitting: 6 februari 2018
Mr. T.N.B.M. Spronken
Standpunt/conclusie inzake:
[C]
Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld ter zake van, kort gezegd, feitelijk leidinggeven aan verschillende overtredingen van de Opiumwet, feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00713 ( [A] B.V.), 17/00714 ( [B] B.V.) en 17/00716 ( [D] ) en de zaken 16/02779 B ( [A] B.V.), 16/02780B ( [B] B.V.) en 16/02781 B ( [C] ). In deze samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, vijf middelen van cassatie voorgesteld.
Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG