ECLI:NL:PHR:2018:241

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2018
Publicatiedatum
27 maart 2018
Zaaknummer
17/00713
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling rechtspersoon voor Opiumwet-overtredingen en gewoontewitwassen zonder strafoplegging

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte rechtspersoon veroordeeld voor verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Hoewel de veroordeling werd uitgesproken, werd aan de rechtspersoon geen straf of maatregel opgelegd. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin soortgelijke veroordelingen zijn uitgesproken.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de vijf middelen van cassatie die namens de verdachte rechtspersoon zijn ingediend, geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 november 2016 en wijst het cassatieberoep af. De zaak betreft complexe strafrechtelijke problematiek rondom de Opiumwet, witwassen en criminele organisaties, waarbij de Hoge Raad de eerdere beoordeling onderschrijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van de rechtspersoon blijft in stand zonder strafoplegging.

Conclusie

Nr. 17/00713
Zitting: 6 februari 2018
Mr. T.N.B.M. Spronken
Standpunt/conclusie inzake:
[A] B.V.
Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte rechtspersoon veroordeeld ter zake van, kort gezegd, verschillende overtredingen van de Opiumwet, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte rechtspersoon geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00709 ([C]), 17/00714 ([B] B.V.) en 17/00716 ([D]) en de zaken 16/02779 B ([A] B.V.), 16/02780B ([B] B.V.) en 16/02781 B ([C]). In deze samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte rechtspersoon heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, vijf middelen van cassatie voorgesteld.
Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG